doelstellingknop perspectieven inmemoriamknop linkenknop mededelingenknop reflectiesknop
lucht1
duifklein1a lucht1

je hoort "Go with the flow", het lievelingsnummer van Modest
door Beatrice Van der Linden

HERDENKING EN GEBEDSWAKE MODEST

Deze week herdenken we het overlijden van Modest op 2 april 2008.
Enkele mensen zullen zich op donderdagavond met elkaar in gebed verenigen in de Ademtocht, de stille ruimte in het Don Boscocentrum in Kessel-lo. Anderen zullen thuis of op hun werk op dit moment afstemmen.
We bidden en mediteren voor allen die in nood zijn. In een oecumenische geest, die Modest eigen was. Een universele geestelijke afstemming die ook aan de basis ligt van de Poustiniabeleving.
De Poustinik trekt zich in zijn cel terug niet om de wereld buiten te sluiten en zich tegen de wereld te wapenen. Hij zuivert zichzelf van eigenbelang en opent zich voor de noden van de wereld om er daarna zinvol op in te spelen.
In deze geest heeft Modest 25 jaar geleefd. Het was zijn keuze om vanaf zijn 56 levensjaar als een Poustinik te leven. Hij wou door innerlijke afstemming afdalen tot de kern van het bestaan om de kracht van de stilte te ontdekken. Ze werd zijn drijvende kracht gedurende de laatste jaren van zijn leven. Hij ontdekte de zin van contemplatie, het schouwend aanwezig zijn bij.
Hij vertelde ons meermaals dat hij nu pas echt leerde van binnenuit luisteren. Hij hield ervan mensen de pracht van de natuur te laten zien. Hen in het hart van het woud weer tot zichzelf laten komen. Hij doorvoelde steeds meer de verwarring en vervreemding van de moderne mens, die de verbinding met het wezen der dingen dreigde te verliezen.
De gewone dingen van het leven werden voor hem met de jaren steeds waardevoller.

kipmetkuikens

Een kip die een ei legt. Een kuikentje dat door de harde schaal breekt. Een vette regenworm die in de omgeploegde aarde zijn weg zoekt. Een zwerm vogels in de lucht. Het balken van de ezel en nog zoveel meer. Hij leerde van deze gewone dingen dat wij deel uitmaken van een wonderbaarlijk geheel waarin alles en ieder een zin heeft. Het detail voedt het geheel en het geheel weerspiegelt zich in het detail.
Zo ontdekte hij de eenheid in alle levensvormen, in elke ontmoeting met mensen. De aanwezigheid van de Schepper in de ogen van de ander.
Tijdens zijn ziekteproces herhaalde hij vaak deze zin:’ Het gaat om kleine dingen, kleine waardevolle dingen.’
Dat is wat mensen met elkaar verbindt.
Ik geef hier de tekst die ik aan het einde van de uitvaartsviering in Don Bosco voorlas, net vóór de kist van Modest werd buitengedragen.

Coda

Ik heb goede dingen gedaan

en minder goede dingen.

Ik heb veel gezien

en ook veel niet gezien.

Ik heb veel bevestigd

en ook veel ontkend.

Ik ben een mens

net als jij,

een kwetsbaar zoekend wezen,

in wording

Nu verdwijn ik in het Al-Ene,

het grote allesomvattende Leven,

waar we allen deel van uitmaken,

waarin alles samenvloeit en oplost.

Bevrijd, leef ik in verbondenheid,

en in de geest,

met jullie verder.

Het ga jullie allen goed!

Modest

Waak en bid

Het waren twee woorden die Modest enkele keren heeft uitgesproken tijdens zijn ziekteproces. Twee woorden die de essentie verwoorden van de loutering die zich in een ziel voltrekt als dood en leven elkaar raken. Woorden die vragen om los te laten wat tegen de beweging ingaat. Die wortelen in vertrouwen. Het vertrouwen dat Het Leven, zoals Modest het ongrijpbare graag benoemde, weet heeft van wat wij alleen maar kunnen aanschouwen.
Waak en bid. Twee woorden die inhoud geven aan aanwezig zijn zonder te willen ingrijpen, zonder te te willen grijpen.
Woorden die tot deemoed stemmen, het besef dat wat er ook gebeure wij in Gods handen zijn. Woorden die het verdriet van afscheid nemen een bedding geven. Alles wat zich toont mag er zijn. We hoeven niet langer weerstand te bieden, te ontkennen, weg te duwen.
De kern van het leven opent zich. De naaktheid van het bestaan ontmantelt alle schijn.
Aanwezig zijn in overgave, tijdloos aanschouwen wat is.
Woorden die in de paastijd uitnodigen om af te dalen naar de diepten van ons zijn, de onverstoorbare diepte.
Met vreugde kijken naar een sneeuwklokje dat in zijn eenvoud het hart van de zon in zijn kelk weerspiegelt. Er volop bij aanwezig blijven. Niet langer hollen in de tijd.
Waak en bid. Wees aanwezig en sta jezelf toe te leven wat zich voor je ogen ontvouwt.
Het is het Leven zelf dat tot je spreekt, dat jou opent voor het ongrijpbare.

Je hoort de muziek “Go with the flow” gecomponeerd en gespeeld door Beatrice.
Haar eerste cd kwam uit toen Modest in het ziekenhuis lag. Hij was heel gelukkig toen hij het vernam want hij had haar heel sterk aangemoedigd.Toen ik hem de muziek liet horen kwam hij tot diepe rust.
Vooral dit stukje werd zowat het leidmotief voor zijn hele proces. Enkele uren vóór hij overging was dit stukje het laatste wat hij beluisterd heeft.
Ik vind het zo mooi aansluiten bij de woorden: waak en bid
.

Maart zal voor ons altijd een heel speciale maand blijven. In maart vorig jaar bij het ziekbed van Modest werd het levenssnoer geboren. Ik herinner mij nog precies het moment.
Het was zo stil in de kamer.
Ik hoorde de moeizame ademhaling van Modest. Het was zo’n moment met weinig heen en weer geloop.
Modest lag in een diepe rust verzonken. Geen rimpeltje van zijn gezicht vertrok.
Ik kon alleen maar waken en wachten.
Mezelf overgeven aan het proces dat zich voor mijn ogen voltrok.
In deze overgave krijgen tijd en ruimte een andere waarde.
Ze zijn dan niet langer begrenzend.
Ze nodigen uit om grenzen te overschrijden en met schroom de wereld van de ziel te betreden.
Zonder nog iets te willen.


Mijn geest opende zich.
Ik zag hoe de levenservaringen van Modest zich als de kralen van een snoer aaneenregen.
Terwijl hij reisde in de tijd en in de ruimte en zijn geest een grens overschreed,
ontvouwde zich in deze ervaringen de zin van zijn leven.
En ik hoorde in mijn hart de klanken van een lied:’ het waaien van de geest gebeurt aan ons vandaag’.
Ik werd erdoor geroerd, aangeraakt. Daarna werd de stilte allesomvattend en ik ademde tevreden uit.
 

Plots vielen mij de woorden’ het levenssnoer’ binnen.
Het voelde als een groot geschenk. Een geschenk aan Modest en aan mij en aan allen die in verbondenheid meeleefden.

Nu een jaar later krijgt het levenssnoer beetje bij beetje vorm.
En wederom nemen tijd en ruimte me bij de hand om zin te geven aan levenservaringen die ons mensen ten deel vallen. En ondertussen neemt Maart een sprong in de tijd en baart nieuw leven.
Maart is geboorte en vernieuwing, een zich verplaatsen in de tijd en in de ruimte.
Een toegeven aan een beweging die in een andere dimensie reeds lang in gang is gezet.
Maart is één groot levenssnoer. Een aan de lopende baan kiemen en ontkiemen.
Een niet te stuiten levenskracht. Maart is de grote schenkster van het leven.
Een schoot die zich opent.
Hoe zouden we Maart ooit kunnen vergeten?
Ze herinnert aan het waaien van de geest.
En dat gebeurt aan ons vandaag.

Ik geef hieronder de zegen die Herman uitsprak tijdens de viering van 2 augustus,
een dankzegging aan het Leven dat grensoverschrijdend is.

 

Zegen

Levensadem

Liefde volle geest,

In verbondenheid met alle mensen
in verbondenheid met de Kracht waaruit Leven opborrelt,
in verbondenheid met de kracht van Jezus in ons,
spreken we deze zevenvoudige zegen uit:

de zegen van welzijn
de zegen van goedheid en vrede
de zegen om te durven groeien door lijden
de zegen van wijsheid
de zegen van ware woorden
de zegen van vertrouwen
de zegen van liefde die het diepste van onszelf vervult.

leef echt en bevrijdend,
leef diepe vriendschap, warme tederheid,
genietend en helend.

Leef GEWELDIG

Herman van Holsbeek

kaars

GEBEDSWAKE

Op de vleugels van gewijde gezangen beweeg ik over de grenzen van tijd en ruimte. Woorden bezingen de liefde die ik voor jullie voel. Laat me voortleven op de vleugels van de geest. Laat me bestaan als woordeloze aanwezigheid. Ik leef in de stilte die valt , als tijd en ruimte verglijden, in eeuwige Liefde.

voor Modest

huguette

 

gebedswake op de verjaardagsdatum van het overlijden van Modest op 2 april, tussen 19 en 20 uur, in de Ademtocht, de gebedsruimte van Het Don Boscocentrum in Kessel-lo,

in de geest van wat Modest, Woordeloze Aanwezigheid noemde.

we luisteren naar Gregoriaanse en Orthodoze gezangen, verweven met teksten die Modest inspireerden.

De gebedswake wordt ook opgedragen aan allen die in nood zijn, zoals Modest het zou gewenst hebben.

Graag ontmoet ik jullie daar, diep verbonden, in Liefde

Huguette

bank

Gedurende al die jaren investeerde Modest op zijn manier tijd en ruimte in Poustinia. De tuin was de plek waar hij zich graag amuseerde zoals hij zelf zei. Hij genoot er als Pallieter van alles wat de natuur hem schonk. De blote aarde in de lente, maagdelijk wachtend op de eerste hand die haar beroert. Het klaarleggen van de grond voor het zaaien, het planten van aardappelen, het plukken van kruiden om ter drogen. De groeiprocessen van bloemen en groenten. Vogels die nesten maken en de rode bessen snoepen als de warme voorjaarszon hun dorstig maakt. De vette zoete regen van mei.

De blakende zon in de zomer en de zalvende stilte van het late zomeruur. De eerste vruchten van augustus. De weldoende weelde van het oogsten. De hoorn des overvloeds van Pallieter. Dit alles werd hem doorheen de jaren zo vertrouwd, zo nabij. Hij werd een deel van de tuin en de tuin was een deel van hem. Er is zoveel wat hij stil genietend in zich opnam en wat hij biddend zegende als een geschenk van de schepper. Zo blijft hij in de tuin ook zo totaal aanwezig. Hij duikt op in herinneringen die vertellen over momenten van ontroering, van aanraking, van ontmoeting, van vruchtbare uitwisseling. En in die aanwezigheid wordt er verder gewerkt. Het is samen verder gaan op een gans andere wijze. Het is communiceren op een veel diepere manier. Het is de tuin zien met de blik van Pallieter die zich klein voelt in die wonderlijke grote wereld waarvoor hij van tevredenheid buigen en zingen kan. En als Pallieter lacht, lacht ook Modest en ergens in de stilte klinkt een woord:’geweldig’.

modestkop

Francis verwoordt op zijn manier het ervaren van deze aanwezigheid in dit eenvoudige kernachtige gedicht.

Duin

In de woestijn
Poustinia
Is er nu geen
zandkorrel
minder
Maar een hele hoge
duin
meer.

Francis Leyssens

Geschreven bij de begrafenis van Modest van Poustinia - Kessel-lo 9 april

Modest heeft altijd veel tijd in de tuin doorgebracht. Op deze plek stond zijn stoel waar hij mijmerde en soms ook genietend van de schoonheid en de natuurgeluiden om hem heen lekker in slaap dommelde. Hij zat er ook soms stilletjes te lezen. Toen ik na de begrafenis voor het eerst de tuin inwandelde en bij dit plekje kwam werd het me plots heel duidelijk dat we dit plekje moesten bewaren. Zo kreeg het idee van het prieeltje geleidelijk aan vorm. Willem, Wen, Chris en Leen hebben het met heel veel plezier en verbondenheid opgebouwd. In het prieeltje hangt de tekst van het gedicht van Felix Timmermans, waar Modest heel erg van hield.

De kern van alle dingen is stil en eindeloos.
Alleen de dingen zingen.
Ons lied is kort en broos.
En donker zingt mijn bloed,
van heimwee zwaar doorwogen.
Ik zeil langs regenbogen Gods stilte tegemoet.

Felix Timmermans

prieel

Tijdens de viering van 2 augustus heeft Herman het prieeltje van Modest ingewijd met de woorden

Grote geest wiens stem wij horen in de winden
en wiens adem de hele wereld leven schenkt.
Wees zegen, met ons, voor ons, in ons.
Jij, adem van het Ene, alles omvattende leven.

Zegen de aarde onder onze voeten,
de weg die wij gaan,
het verlangen dat we koesteren.
U die liefde bent en vredig er altijd zijt.

Zegen deze plek in de tuin, dit zalig prieeltje,
op de plek waar Modest,
vaak rust en geborgenheid zocht en vond.

Dat het voor velen een plek mag zijn,
waar met liefde en mededogen
in vrede en solidariteit
geleefd mag worden
Amen
 

Herman van Holsbeek

 

Voorbij

 

Voorbij de grenzen
ben je aanwezig
in dit oneindig moment.

De herinnering
aan vele kleine dingen,
die groot zijn door hun eenvoud
zweeft over de uren van de dag
waarop je verderging
nu twee jaar geleden.

Deze dingen zingen
en maken deel uit van de dag van heden.

Ze zijn ontelbaar rijk,
onnoemelijk schoon.

Ze zijn de zingende getuigen
van liefde,
ontelbaar keren,
gedeeld
in kleine dingen,
die beklijven.

Voorbij de grenzen,
van deze vergankelijkheid.

Zwevende herinneringen,
die zijn als vogels in de tijd,
die verglijdt
tussen hemel en aarde.

Maar jij blijft.

Huguette

 

modesttak

 

Het is al weer twee jaar geleden dat op 2 april Modest is overgegaan. We houden even stil en in deze stilte, nemen we al onze dierbaren, die in de loop van het vorig jaar zijn overgegaan in een kring op. Vandaag wordt in Poustinia een meditatie aan hen gewijd.

 

Ik voeg hieronder nog het verhaal van de drie bomen, uit een boekje van Manu Verhulst:

 

Er waren eens drie bomen, die alledrie in een hevige storm een grote tak waren kwijtgeraakt.

De drie bomen waren elk op een andere manier met hun verlies omgegaan. Jaren later ging ik de bomen weer opzoeken. Gisteren heb ik ze weer gevonden en gesproken.
De eerste boom rouwde nog steeds om zijn verlies en zei ieder voorjaar als de zon hem uitnodigde om te groeien:
’ Nee, dat kan ik niet want ik mis een belangrijke tak.’
Ik zag dat hij klein was gebleven en in de schaduw stond van de andere bomen. De zon drong niet meer tot hem door.
De wonde was duidelijk zichtbaar en zag er naakt uit. Het was het hoogste punt van de boom.
Hij was niet meer verder gegroeid. De tweede boom was zo geschrokken van de pijn dat hij snel had besloten om het verlies te vergeten. Hij was moeilijk te vinden, want hij lag op de grond.
Een voorjaarsstorm had hem doen omwaaien. Hij had zijn greep op de aarde verloren. De plek van de wonde was moeilijk te vinden. Deze zat verstopt achter een heleboel vochtige bladeren en lag daar te rotten.

De derde boom was ook erg geschrokken van de pijn en de leegte in zijn lijf, en hij rouwde om zijn verlies.
Het eerste voorjaar toen de zon hem uitnodigde om te groeien, had hij gezegd:
’ Ja, zon, verwarm mij zodat ik mijn wonde kan verwarmen.
Mijn wonde heeft warmte nodig , opdat ze weet dat ze erbij hoort.’
Toen de zon het derde jaar weer terugkwam, sprak de boom:
’ Ja, zon, laat me groeien. Ik weet dat er nog zoveel te groeien is.’
De derde boom was ook moeilijk te vinden, want ik had niet verwacht dat hij zo groot en sterk zou zijn geworden. Gelukkig heb ik hem herkend aan de dichtgegroeide wonde, die vol trots in het volle zonlicht werd gehouden.

Modest en de viering van 30 jaar Molenhuis.

 

Deze zomer was ik aanwezig bij de viering van het 30 jaar bestaan van het Molenhuis. Samen met Modest heb ik daar in de beginjaren veel tijd en energie in geïnvesteerd. Het Molenhuis betekent voor ons een belangrijke fase in een groeiproces, dat uiteindelijk tot het ontstaan van Poustinia heeft geleid. Ik vond het fijn om aanwezig te zijn bij de mensen, die nu de verantwoordelijkheid dragen voor het verderzetten van dit project. Door zijn opzet en uitbouw kan het Molenhuis vooral kleinere en grotere groepen huisvesten, die de Ardennen opzoeken om hun activiteiten in te bedden.

Solidariteit, samenwerkingsgeest en doorzettingsvermogen kenmerken dit project, dat gedurende al de voorbije jaren getuigt van geloof in de mens en zijn mogelijkheden. Op de dag van het feest kon iedere bezoeker de evolutie van het project via beelden op een scherm volgen. De praktische realisatie van twee belangrijke ecologische projecten werd tijdens een rondleiding toegelicht. Zoals dat ook bij ons het geval is, werd ook het Molenhuis door de gemeente verplicht om in zijn eigen waterzuivering te voorzien. Nu wordt door een biologisch waterzuiveringssysteem het verbruikte water zuiver naar de rivier La Belle Meuse gevoerd. Het Molenhuis beschikte over een waterturbine, die reeds vanaf 1952 defect was. Jarenlang is er nagedacht en geexperimenteerd om deze turbine weer aan de gang te krijgen.

turbinemolenhuis

 

Vóór 1952 was het Molenhuis het eerste huis in België, dat zijn eigen electriciteit kon produceren. Nu is het dit jaar gelukt om door het plaatsen van een nieuwe turbine uit het water dat onder het Molenhuis van de helling stroomt eigen electriciteit te produceren met een ruim overschot, dat aan het net kan worden gegeven. Een prachtige realisatie, die het resultaat is van durven gebruik maken van natuurlijke krachtbronnen, die ook nog een goede investering voor de toekomst is.

In de namiddag was er een moment voorzien als herdenking van Modest, die uiteindelijk de motor aan de start van het project was. Door zijn enthousiasme en geloof in de mogelijkheden van het Molenhuis wist hij voldoende mensen aan te steken zodat het huis kon worden aangekocht. Het was een hele onderneming waarbij veel overleg en verbeelding bij te pas kwamen, maar het opzet lukte. Het was dan ook met dankbaarheid in het hart dat de aanwezigen zich in de kleine kapel verzamelden voor een moment van afstemmimg op de spirituele dimensie van dit gebeuren. Een leuk en zinvol detail. Bij de ingang van de kapel stond een mooie oude stoel met een abstracte figuur in lood. Zo werd Modest bij dit gebeuren aanwezig gesteld. Het deed iets, het was gewoon goed. Johan opende met de woorden: Dank zij Modest die de bron zag, mogen wij nog steeds in het Molenhuis komen: een bron van leven, van energie. Kort sprak ik de mensen even toe door te vertellen hoe het allemaal begon, 30 jaar geleden om de inspiratie van Modest even te evoceren.

Het begon met heel graag wandelen en thuiskomen in deze ongerepte natuur om leeg te worden na de drukte van het vele werk. Wandelen dat meer is dan je fysiek trainen, dat je anders doet kijken naar de dingen, die je al kent. Je neemt ze weer voor het eerst waar, je ziet er nieuwe kanten van, om uiteindelijk daarna weer verder te gaan met dezelfde dingen, maar anders dan voorheen. Vertoeven in een natuur, die je dwingt om te reflecteren over hoe je leeft, waar je mee bezig bent, waarvoor je leeft. Voor Modest was deze ervaring een manier om weer tot zichzelf te komen, bij je innerlijke bron, die altijd stroomt, maar die ons aanspoort tot voortdurende afstemming. Hij ontdekte hoe belangrijk het is om het bekende even los te laten, afstand te nemen van waar je elke dag mee bezig bent, de drukte te relativeren en weer op een natuurlijk ritme terug te vallen. In een omgeving, die nog niet door de mens is verstoord,waar wilde dieren zich nog op een natuurlijke wijze kunnen verplaatsen.

Maar Modest geloofde niet alleen in de mogelijkheden van dit huis, waaraan veel moest gerestaureerd worden. Hij geloofde evenzeer in de mensen, die hem omringden en die de werking moesten realiseren. Hij zag van ieder de talenten, belichtte ze en moedigde aan om ze voor het project in te zetten. Dit alles op vrijwillige basis, omdat mensen door hetzelfde vuur als hij werden aangestoken en het brandend hielden.

 

molenhuis

Een huis en een natuur, die symbool staan voor dat stukje in ons dat ondanks alles wat we meemaken en doorstaan ongerept blijft. Waar we ten alle tijden kontakt kunnen mee krijgen, als we erop afstemmen. Afstemmen kan maar als we durven loslaten en de grote ruimte opzoeken waar alles weer in patroon kan vallen.

Een huis dat in het lied dat werd gezongen zijn weerklank vindt:

Zomaar een dak boven wat hoofden
deur die naar stilte open staat.
Muren van huid, ramen als ogen
speurend naar hoop en dageraad.

Er was ook even een moment waarin een verhaal werd verteld. Dat symbolisch het vertrouwen op de inspiratie oproept.

Het oude mannetje en de kaars.

Op een dag vond een oud mannetje een mooie kaars in een oude kast.
Hij keek naar de kaars: vuurrood met gouden randen.
en plots sprak de kaars;’ Omdat jij zo zuinig was heb ik nooit mogen branden.
Ik heb al die jaren in die donkere kast moeten liggen.
Steek mij aan en ik breng je licht.’
Geschrokken en een beetje verward stak het mannetje toch de kaars aan.
Eerst werd het vlammetje kleiner alsof het wilde weglopen.
En toen werd het opeens groter en groter.
Er kwam levend en dansend licht in de kamer.
En de kaars lachte zo hard dat er dikke tranen kaarsvet naar beneden liepen.
’Zie je, ik brand weg, maar jij kan de kleuren van je kamer zien.
Nu ben ik pas echt kaars.’
En toen de kaars helemaal was opgebrand, werd het donker in de kamer,
maar in het hart van het mannetje was het licht gaan branden.
’Nu begrijp ik je kaars’,zei hij,’je bent pas echt kaars,
als je brandt voor een ander,
als je je helemaal hebt weggegeven.’

 

Het was goed om ginds samen met anderen weer even terug te gaan naar wat allemaal in het begin in de omgeving van het Molenhuis in beweging kwam. Om met een dankbaar hart terugkijken naar ontmoetingen, die hierdoor mogelijk werden. Warmmenselijke momenten, die een spoor trekken in het leven en die helpen om trouw aan jezelf te blijven. Ik heb die dag de ervaring gehad dat ik samen met Modest daar rondwandelde en dat op deze wijze alles wat ik zag deel uitmaakte van waar hij in geloofde en waarover hij zich blijvend kon verwonderen. Want verwondering, daar gaat het bovenal om. Zo leven dat je blijvend verwonderd bent. Je eerlijk bezinnen als je merkt dat je de verwondering dreigt kwijt te geraken. De verwondering beleven als drijfveer in je leven en van alles wat je doet. Als er een woord is wat aan Modest blijft kleven dan is het zeker verwondering. Het was de verwondering die hem altijd weer deed zeggen:’geweldig’.

Geweldig dat het Molenhuis al 30 jaar bestaat dank zij een moment van verwondering en de inzet van vele mensen, die zich blijven verwonderen. Geweldig dat in de stilte van het Molenhuis ook het geesteskind, dat Poustinia heet, zich voor het eerst kon laten voelen als een diepe behoefte aan een leven waarin werken in overeenstemming met de natuur en geestelijke verdieping in het dagelijkse leven hand in hand gaan.

 

Wie wat informatie zoekt over de geschiedenis en de werking van het Molenhuis kan terecht bij:

www.molenechos.be

www. moulindebellemeuse.be

27 juni -een dag anders dan andere dagen

Modest was een kind van de zon. Even na Midzomer geboren. Ik heb altijd het gevoel gehad dat juist daarom de beelden uit zijn kinderjaren in de hooitijd zo sterk op zijn ziel waren geprent. Hij hield van de akkers in de zomer, het rijpende koren in de wind. Als het hooitijd was dan merkten we dat in Poustinia. Dan was Modest ook altijd een beetje anders dan anders. Een Poustinia zonder zeis zou geen Poustinia geweest zijn. Dus elk jaar moest Modest getrouw hoekjes en kantjes in de tuin zeisen, dan was hij even in zijn element.
De geur van vers gemaaid gras bracht hem thuis, bij zijn oorsprong. Als de hooiboer onze weide kwam maaien, dan wou Modest het hooi zelf omdraaien. Tijd speelde dan geen rol meer. Tijd werd gewoon hooitijd.
Onlangs werd onze weide weer gemaaid. Het gaat zo snel. Het is zo voorbij, de machine dendert met kracht over het veld. Maar de geur van het hooi is dezelfde. Ook de ezels blijven staan om te ruiken. Zij hebben alle tijd.
Met ouder worden verzoende Modest zich meer en meer met de tijd. Hij kreeg steeds meer tijd, en hij leerde een heleboel van de tijd die hij kreeg.
‘De tijd doet me mijmeren’, zei hij.’ De tijd doet me zijn.’
Dus nu is het weer volop hooitijd en ik neem de zeis ter hand en hooi hoekjes en kantjes. Zo hou ik iets in ere wat waardevol is.
Het is een andere manier om een verjaardag te vieren, maar het verbindt en brengt twee werelden bij elkaar. Want dit is een dag in de herinnering, die voor altijd verbonden blijft met hooi.
Een dag, die doet stilstaan bij wat wezenlijk voelt in de relatie met Modest.
Het dank zeggen voor de gaven van de natuur.
Het besef dat wij in relatie staan tot iets groters, dat tijdloos aanwezig is.

 

 

Hooitijd

Op en neer gaat de zeis
zwevend over de grond
weer naar rechts
weer naar links
steeds maar maaiend
steeds maar graaiend
nimmer talmend
dansend op het ritme
van de adem
bewegend in de wind
die spelend in het gras
haar voor blijft
en ontsnapt
aan de scherpte
van haar snede
een draai naar rechts
een draai naar links
mijn armen in cadans
met haar snijdende slag
zo baan ik mij een weg
door de welriekende wei
die in overgave wijkt
zo wordt bloei bedwongen
en groei aangespoord
zo wordt leven gave
waar vruchtbaarheid gedijt
ik ben klein
in dit gebeuren
groot is mijn deel
aan de weelde
van deze zomertijd
tijd van gave
tijd van zijn

voor Modest

27 juni 20009

huguette

hooiland

 

en tenslotte verwijs ik naar een passage in Boerenpsalm van Felix Timmermans, waar Boer Wortel iets zegt over maaien en zaaien. Boerenpsalm was voor Modest een levende verbinding met het landleven, dat hij van nabij als kind en jonge knaap had meegemaakt.

maninhooi

’Het is zo zeker en vast: de nachten volgen op de dagen, de maan is altijd op haren tijd,
de verwisseling der seizoenen die telkenkeer terugkomen als vroeger,
en toch telkens nieuw en anders zijn, gebeurt door vaste hand.
Voor een stadsen mijnheer die tussen vier dempige muren zit is dat van geen tel,
maar voor een boer is het het leven.
Die bewegingen behandelen en bewerken het veld, die houden het hart en de ziel gespannen.
Het boerenleven hecht mij als een wortel, naar mijn naam, aan t’ leven vast.
Het is alsof ik nooit niet sterven zal of kan. Als ik zaai, dan denk ik nooit:
Zal ik nog maaien?
Ik zal maaien!
Het zaaien en het maaien en het weer zaaien zijn als een kring waar de dood niet binnen kan.
Hij heeft geen recht op mij zolang ik werk.

zeisman

 

de kracht van de zomer waar het hooi in wezen symbool voor staat, wordt prachtig vertolkt door
Nigel Kennedy in dit fragment van Vivaldi's de Vier Jaargetijden: de zomer.

Een jaar vóór Modest overleed gaf hij mij een tekst die hij heel waardevol vond.
Hij zei : ”Het is mooi als je zo herinnerd wordt.”
Ik heb al vaak aan dit moment teruggedacht. Hij vertelde me toen dat hij het zinvol vond om op deze wijze met overleden dierbaren om te gaan. Namelijk door dingen te doen, die zij ook hebben gedaan en die voor hen waardevol waren.
Op deze wijze wordt het leven verder doorgegeven en neemt het ook voortdurend weer vorm aan. Zich herinneren is geen terugval in de tijd, het is de draad opneme en verder breien. Een gemis verwijst naar iets wat is, wat we kennen of gekend hebben. In het Duits zegt men : ”Mir fehlt entwas”. In het Frans : ”Il me manque quelque chose”. In het Nederlands: ”Er ontbreekt mij iets”. Zo wordt onze aandacht weer getrokken op wat is maar even uit het zicht was of is. We richten onze aandacht erop en zo komt het weer in het zicht.

Als iets in het zicht is, kunnen we het probleemloos elk moment loslaten, want we weten dat het er is en dat we het elk moment kunnen oproepen. Zich herinneren is een manier om wat waardevol is een plek in ons leven te geven. Het voedt ons, het sterkt ons, het zet ons aan tot. Het is zelfherinnering.

Wat de ander wezenlijk met ons gedeeld heeft, wordt ook deel van ons wezenen werkt vruchtbaar door.

Ik citeer hieronder de tekst, een fragment uit Kapitein Corelli’s mandoline uit het boek van Louis de Bernières.

griekenland

Als geliefde mensen sterven, moet je namens hen voortleven.
De dingen zien als door hun ogen. Je herinneren hoe zij altijd bepaalde dingen zeiden
en die woorden ook zelf gebruiken.
Wees dankbaar dat jij dingen kunt doen die zij niet kunnen en voel ook hoe treurig dat is.
Zo heb ik verder geleefd zonder Pelagia’s moeder.
Ik heb geen belangstelling voor bloemen, maar om haar ben ik bereid te kijken
naar een zonneroosje of een lelie. Terwille van haar eet ik aubergines omdat zij daar dol op was.

(De vader van Pelagia, het meisje waar kapitein Corelli verliefd op wordt vertelt dit)

 

In dit verband moet ik ook denken aan een fragment uit de film Beat the Drum. Een kleine jongen zit bij het graf ven zijn overleden moeder. Plots roept zijn oma hem en ze zegt:
”Je kan beter de dingen doen, die je moeder deed dan bij haar graf blijven zitten”.
Zo haalt ze hem uit zijn getob weer in het leven. Door te doen wat zijn moeder deed, in dit geval, de dieren verzorgen, leeft zij verder in hem. Hij blijft niet zitten met een beeld dat stilgevallen is. Door die dingen te doen neemt hij van haar kracht tot zich. Zo leren kinderen dat in Afrika van jongsafaan te doen. Het is in het leven ingeweven .

 

Modest heeft ooit eens een reis naar Congo gemaakt. Hij had daar een aparte ervaring, waar hij graag over vertelde.
In een van de dorpen die ze bezochten woonde een man die ook Modest heette. De man was heel blij dat hij het bezoek kreeg van een gast die zijn naamgenoot was. Het bezoek aan de hut van de man verliep dan ook als een ritueel.
Zijn geluk kon niet op. Modest liet hem breed en lang over zijn leven vertellen. Hierdoor voelde de man zich gezien en geacht. Hij vertrouwde Modest ook toe dat het een groot geschenk is om een naamgenoot te mogen ontvangen.
Bij het einde van het bezoek gaf de man de enige stoel, die hij bezat en die hij zelf gemaakt had aan Modest.
Modest was hierdoor zeer geraakt maar voelde dat hij dit niet mocht weigeren. De man, die zich vereerd voelde dat zijn geschenk met zoveel dankbaarheid in ontvangst genomen werd, nam afscheid met deze woorden:
“We zullen elkaar nooit meer zien. Maar iedere keer dat je gebruik maakt van deze stoel zal je je dit moment herinneren.”

Zeer waardevolle momenten zijn dat. Ze leren ons met de ander in de geest communiceren.

Al schrijvend moet ik de hele tijd aan het lied van Kapitein Corelli denken, dat hij voor Pelagia op zijn mandoline speelt. Ik geef hieronder de tekst.

I still remember crying from the depths of my heart for you
I still call for you in my dreams
your face among images
stolen from the world, just for you
For you I will be a river
of white snow melting
under the brightness of your eyes in spring
Look at me once more.

In het diepst van mijn hart draag ik de herinneringvan mijn verdriet om jou
temidden van alle beelden in mijn dromen zoek ik het aan de wereld ontrukte gezicht van jou
kijk me nog eens aan zodat de helderheid van jouw blik de sneeuw doe
t smelten tot een rivier, zo wil ik voor je zijn
kijk me nog eens aan

 

We verwijzen hier naar een prachtige vertolking van het lied:
Pelagia's song (opname op Youtube)
door Russel Watson

russellwatsonpb

Ricordo ancor
in fondo al cuor
il lacrimar per te
t'invoco ancor in sogno con me
iltuo volto tra i mieli sguardi
rubati al mondo sol' per te
lo saro per te un flume
di neve bianca che si sciogliera
alsloe dei tuoi occhi di primavera
Guardami ancora

gebedswake modest

archiefplaatje
item7a
blauwelucht

het levenssnoer