Wanneer ik de stille ruimte, die de naam draagt ‘de Ademtocht’, betreed, voel ik hoe mijn lichaam de harttonen van de stilte gewaarwordt. Het is tijd om ook met deze uitdaging in te stemmen. Om door woord en klank eerbiedig te raken aan de essentie van het leven. Om ruimte te scheppen voor een ervaring van verbondenheid. Ik hoor een deur die zich opent, weer een deur en nog eens een deur. Stemmen weerklinken. Een lach galmt door de gang.
De eerste mensen komen aan. Het is tijd om de deur voor het leven wijd open te zetten opdat de geest ons allen moge inspireren.
Het waaien van de geest gebeurt aan ons vandaag. Een Ademtocht. Een tijdloos moment in de tijd. Om samen te zijn, te genieten van in gemeenschap af te stemmen op. Om de kracht van bidden te ervaren. De kracht om wat ons overstijgt bedding te geven. Samen ingebed in de stilte die haar schoot opent voor het leven dat druppelsgewijs binnensijpelt.
De vreugde van het weerzien, de warmte van een omarming, een naam die wordt genoemd.
Alles maakt deel uit van het ritueel. Tot elk geluid weer verstomt. De stilte neemt het over. Ze baart wat ze onder haar boezem draagt. Het is tijd om het woord te nemen.
Ik geef hier de samenvatting van wat ik in een inleidend woord heb gezegd.
Ik wens jullie allen te bedanken voor uw aanwezigheid hier. Ik nodig u allen uit om in de geest van gemeenschap, zoals Modest het graag beleefde, samen te bidden en samen af te stemmen op onze dierbaren die zijn overgegaan. Laat ons naar hen kijken met kracht opdat wij de kracht die ze ons doorgeven mogen ontvangen. We dragen dit moment ook op aan allen die nu aan het overgaan zijn. Allen die om wat voor reden dan ook in levensgevaar zijn. Door ziekte, door oorlog. De gebedswake is opgebouwd uit teksten die Modest hebben gevoed en door Gregoriaanse en Orthodoxe gezangen die hij graag beluisterde.
Ik geef hieronder ook de teksten en de verwijzingen naar de muziek. Ik voeg er een korte duiding aan toe om de teksten een beetje te situeren.

We begonnen met het beluisteren van de klokken van de abdij Notre-Dame de Fontgombault. Tintements de cloche. Dit is het klokkegeluid dat voorafgaat aan de mis voor overledenen.
Modest hield erg veel van klokken. Hij hield ervan om tijdens zijn wandelingen stil te staan als hij ergens klokken hoorde luiden. Dan spitste hij zijn oren en opende ze zo groot mogelijk om geen enkele klank te missen. Het eerste wat we in Poustinia gedaan hebben was een klok aan de gevel hangen. Ze werd in de zomer gebruikt om de gasten bij elkaar te roepen voor een maaltijd of voor een gezamenlijke afstemming.
In de Kapel van de Schepping, onze meditatie- en gebedsruimte hangt ook een klokje. Modest luidde het elke avond. Het werd een vast ritueel dat deel uitmaakt van de avondwijding.
Ze staat symbool voor de verbinding tussen hemel en aarde, tussen lichaam en ziel, tussen bidden en werken, tussen binnen en buiten, tussen overgave en engagement. Tussen ik en Gij, tussen ik en de gemeenschap. Tussen eeuwigheid en tijd.
Ze roept op tot stilstaan. Tot zelfherinnering, tot het stellen van drie wezenlijke vragen.
Wat doe ik, welke zin verleen ik aan wat ik doe, en hoe verbind ik mij met wat ik doe? Drie vragen die ons helpen geïnspireerd voort te doen.
Na de stilte las ik de geloofsbelijdenis die Modest zelf schreef. Hij schreef ze op een geïnspireerd moment. Ze hielp hem om in zichzelf een kracht aan te spreken. Op momenten dat hij voor een grote uitdaging stond.
” Ik wil geloven dat er, door mij heen, een werkelijkheid leeft die me oproept om beter en liefdevoller mens te worden.
Ik wil geloven dat ik opgenomen ben in een levensstroom, veel ruimer en groter dan mijn eigen mogelijkheden.
Ik meen te geloven dat er in mensen een vruchtbaar levensvertrouwen broeit dat hen telkens opnieuw helpt voortleven.
Ik geloof dat de mens innerlijk, waar hij het meest echt is, goed is.
Ik geloof ook dat de mens meer gelukkig kan zijn als hij zich bestendig durft te vereenzelvigen met armen en verdrukten.
Ik geloof dat de menselijke ontmoeting een verwijzing inhoudt naar iets diepers en groters waardoor ik mij aangesproken voel.
Ik geloof ook dat ik maar echt en intens kan leven, samen met anderen.
Dit ’geloven, hopen, en pogend liefhebben’, kan de verwondering in mij laten openbloeien, waardoor ik, verwachtend , leer bidden:
Zal deze werkelijkheid uiteindelijk zo zijn,
dat ik me geborgen en aanvaard mag weten.”
Modest

Op deze tekst volgde een stukje Gregoriaanse muziek ” Kyrie XVIIb”.
De Gregoriaanse zang was voor Modest een instrument om dicht bij zijn wezen te komen. Hij beluisterde het vaak. Deze zang bracht hem tot rust. Hij had het ook altijd graag zelf gezongen.
Hij hield van het rustige natuurlijke ritme van deze muziek, van de warme zachte klanken in de tekst.
Het moest volgens hem ingetogen gezongen worden, zonder sleur, met aandacht voor de klankschakeringen. De stukjes die ik heb laten horen worden allen vertolkt door de monniken uit de Abdij van Fontgombault.
Vervolgens las ik een tekst van Dag Hammarskjöld.
De teksten die ik voor deze gebedswake koos staan ook symbool voor stappen die Modest in zijn leven zette. Hij had de ervaring dat hij bij iedere stap ook de juiste mensen tegenkwam die hem konden voeden. Soms beleefde hij deze ontmoeting door het lezen van een boek waarbij hij voor zijn gevoel putte uit de levenservaring van de auteur. Hij heeft altijd vrij veel gelezen en dat maakt de keuze niet gemakkelijk. Daarom heb ik mij gericht op wat hij zelf ooit aanwees als merkstenen op zijn pad. Ze gaven een richting aan, op momenten dat hij met nieuwe vragen werd geconfronteerd. Hij had de ervaring dat we de totaliteit van het leven maar kunnen begrijpen als we bereid zijn voortdurend onze grenzen te verleggen. Dat betekent de confrontatie aangaan met andere standpunten. Door vele vensters naar hetzelfde kijken. Alle facetten van het leven in het zicht krijgen.Open staan voor de verschillende dimensies van het leven.
Leren omgaan met eenzaamheid is ook een fase, of een uitdaging waar we allen vroeg of laat voorstaan.
Om verder te groeien is leren omgaan met eenzaamheid fundamenteel. Maar we kunnen er maar mee omgaan als we we eenzaamheid leren zien als deel van het leven.
Het is het moment dat we zelf een keuze maken en de verantwoordelijkheid voor deze keuze nemen. Zonder de bevestiging van anderen.. Een keuze die voortvloeit uit het eigen groeiproces, uit de drang om verder te gaan en niet te blijven stilstaan bij wat reeds bekend is en zeker lijkt.
Dag Hammarskjöld werd geboren in 1905 als de vierde zoon uit een oude adellijke Zweedse familie.

Hij studeerde literatuurgeschiedenis, filosofie, Frans, rechten en economie. Hij werd op een gegeven moment gekozen als secretaris-generaal bij de verenigde Naties. Door zijn werk kwam hij met veel verschillende mensen in contact, afkomstig uit alle hoeken van de wereld. Hij wou door zijn werk bijdragen aan het verzoenen van verschillende standpunten. Daarvoor moest hij leren loslaten. Hij geloofde in wat hij noemde de “heilige gemeenschap van mensen”, waarvoor de V.N. symbool staan. Hij hield ervan om uren alleen in de bergen rond te zwerven. Zo leerde hij in eenzaamheid één -worden met alles wat leeft. Een jaar voor zijn verkiezing tot secretaris-generaal van de V.N. schrijft hij de tekst die ik voorlas.
“Bid dat je eenzaamheid de stimulans wordt om iets te vinden waar je voor kunt leven, groot genoeg om ervoor te sterven.”
Deze tekst sluit dan ook heel erg aan bij de essentie die Modest in zijn geloofsbelijdenis uitdrukt.
Beide teksten openen dit perspectief: Ik volg mijn eigen spoor en ontdek hierin op welke manier ik aan de gemeenschap kan bijdragen. Ik bijt mij niet vast op mijn eigen standpunt maar ik probeer steeds meer voeling te krijgen met de noden van de gemeenschap. Op geheel eigen wijze engageer ik mij dienend.
Het stukje muziek dat deze gedachte ondersteunt heet The Russian Creed, op. 29 no.8 - Grechaninov.
Het is Orthodoxe Muziek. Terwijl de alt solo de woorden van het credo zingt, herhaalt het koor zingend de woorden “ik geloof’.
Dan volgde een stukje poëzie van Felix Timmermans. Modest was gewoon gek op Timmermans. Hij had het gevoel dat alles wat hij van hem las zo mooi weergeeft wat hij als kind reeds in zijn eigen streek beleefde. Maar hij was vooral getroffen door het mystieke karakter van de teksten. Bij deze auteur vond hij zowel de liefde voor de natuur als het ontzag voor het ongrijpbare. Wat Timmermans schreef was voor hem religie in haar zuiverste vorm. Hij genoot van de taal die vol beeldende klanken zat. Van de muziek in de verzen van elk gedicht. Van de taferelen die in woorden geschilderd werden en die je deden versmelten met wat zich op deze manier tot beelden verdichtte.

Hij las en herlas Timmermans. Sommige boeken zien geel door het gebruik. Als hij zijn boeken las kwam Modest thuis bij een diep levensgevoel. Het gevoel dat alles met alles verbonden is. Dat de gewone dingen van het leven ons de diepere grond van het leven weerspiegelen. Op voorwaarde dat we hun waarde zien. De kleine dingen weerspiegelen het grote, het mysterie van het leven. Timmermans lezen betekende voor Modest de kracht van de eenvoud aanboren en leren kijken met de ogen van de ziel.
De dag ging als een bloem verslensen,
haar laatste blad verbrandt.
De vrede nevelt over ’t land,
de rust dauwt op de mensen.
Uit stilte en uit sterrenlicht
wordt dan een altaar opgericht.
En luister nu, hoe alle dingen zingen,
en alles zingend in elkaar vervliedt,
de mensen en de dingen.
de vreugd, het kwaad en het verdriet,
lijk duizend schoon akkoorden
van een en t’zelfde lied!
O zalig uur, waarop de ziel, gerijpt
van zangen, zonder beeld of woorden
Gods wil begrijpt!
Felix Timmermans
Aansluitend weerklonk de Gregoriaanse zang:”Alleluia JUSTI EPULENTUR”
DEEL TWEE
Zoals ik hierboven al aangaf volg ik in de opbouw van de wake een aantal sporen die Modest in zijn leven volgde. Hij was een zoekende mens die niet stil bleef staan bij wat hem bekend was. Hij voelde een diepe behoefte om zijn horizon voortdurend te verbreden en zijn levensperspectief te verruimen.
Modest heeft ook altijd voeling gehad met mensen die verdrukt werden en in extreme situaties moesten leven of overleven. Hij vroeg zich vaak af waar deze mensen de kracht haalden om ondanks alles in het leven te blijven geloven. Hij stelde vast dat sommigen ondanks de pijn en het verdriet erin slaagden hun waardigheid te behouden. Ook de ellende die mensen in de oorlog meemaakten raakte hem zeer. Hij had in zijn eigen streek de verscheurende pijn van ouders gezien, toen kinderen opgeroepen werden en soms niet terugkwamen. Angst en verdriet kunnen tot bitterheid leiden als de wonden niet worden verzorgd. Hij had van dichtbij meegemaakt dat veel pijn weggestopt werd. Er moest toch verder worden geleefd. Maar hij wist door ervaring ook dat pijn die niet kan worden benoemd woekert. Dat hij een mens kan breken en tot wanhoop leiden of ziek maken. In haar diepzinnige teksten raakt Etty Hillesum al deze thema’s aan. Ze gaven Modest stof tot nadenken. Ze stond gelovig reflecterend stil bij vragen die hem kwelden. Hij realiseerde zich dat haar diep geloof in de mens en in het leven van elke dag haar ook de moed gaven om tot haar laatste uur in de kracht van het leven te geloven. Zo schreef ze in haar dagboek: ”De mens moet het allemaal in zich verzamelen en in zich meedragen.” Etty stierf op jonge leeftijd in een concentratiekamp, waar ze veel leed zag. Ondanks de moeilijke omstandigheden waarin ze de laatste fase van haar leven doorbracht bleef ze doorschrijven. Haar getuigenis is van onschatbare waarde.
Ik geef hieronder twee teksten van haar. De tweede las ik voor tijdens de wake. Ze vullen elkaar aan.
En is dat niet het enig juiste: het zó sterk leven in dit stuk en opgaan in dit stuk leven, van dag tot dag, maar met de geest gericht op de wijde horizonten die achter deze dagen en deze jaren liggen. En soms als gelouterd gevoel al in zich hebben dit gevoel, dat men misschien hebben zal wanneer men na jaren, gerijpt en veranderd, op deze tijd terugziet. Zo helemaal, met iedere klop van het leven, leven in dit rijk en besloten heden en toch steeds weten van de wegen die breed en eindeloos open liggen naar komende jaren, naar verre landen en ook naar de hemel

Wanneer wij uit de kampementen, waar ter wereld ook, alleen onze lichamen zullen redden en niets meer dan dat, dan zal dat weinig zijn. Het gaat er toch immers om, dát men ten koste van alles dit leven behoudt. Ik denk soms dat iedere nieuwe situatie, ten goede en ten kwade, het in zich draagt de mens met nieuwe inzichten te verrijken. En wanneer wij de harde feiten, waarvoor wij onherroepelijk gesteld staan, aan het lot overlaten; wanneer we ze geen onderdak verlenen in onze hoofden en in onze harten, om ze daar te laten bezinken en te veranderen in factoren waardoor wij zouden kunnen groeien en waaruit wij een zin zouden weten te winnen, dan zijn we geen levensvatbare generatie.
Etty Hillesum
Bij dit fragment uit haar boek ‘In duizend zoete armen‘ ,beluisterden we The Heavenly Powers , een Orthodoxe zang van F. Dubenskij.

Pierre Teilhard de Chardin werd op 1 mei 1881 te Sarcenat geboren, een dorp in Auvergne. Hij groeide op middenin de natuur, in een gezin waarin de gewone dingen van het leven zeer naar waarde werden geschat. Over zijn kinderjaren getuigt Pierre: ”Ik was een jongetje dat door de Auvergne werd gevormd. Auvergne was mijn museum van natuurlijke historie en mijn eigen gebied. In Sarcenat heb ik de vreugde van het ontdekken leren smaken. Ik volgde graag de vlucht der wolken, en de sterren kende ik bij hun naam.’ Op zevenjarige leeftijd werd hij ook geconfronteerd met de kwetsbaarheid en de vergankelijkheid der dingen. Zijn moeder troostte hem met de woorden: ”De dingen gaan niet verloren. Ze veranderen. Zij nemen andere vormen aan.” Deze ervaringen wekten zijn belangstelling voor een wereld, die voortdurend veranderde. Hij bestudeerde het heelal en de wetten van de natuur die deze verandering stuurden. Evolutie werd voor hem een ervaarbaar en waarneembaar fenomeen.
Later duidde hij zijn dynamische levensvisie met dit prachtig beeld. ”De mensheid gaat langzaam vooruit, zoals een rivier, die haar loop volgt. Evenmin als een waterdruppel stroomopwaarts naar zijn bron kan terugvloeien, kan de mens zich verzetten tegen de stroom die hem meevoert. De rivier stroomt naar de zee. De mensheid is op weg naar één die Groter is dan zijzelf.” Deze kosmische visie van Teilhard de Chardin maakte op Modest diepe indruk. Zelf was hij door mystieke ervaringen ervan overtuigd dat elk onderdeel van de schepping belang had. Hij had geen wetenschappelijke achtergrond en hij had soms moeite om de wetmatigheid der dingen te begrijpen. Hij vond in Teilhard een denker die hem aanvulde. Hij toonde aan wat Modest voelde. Maar hij gaf er ook woorden aan. Hij legde zelfs de relatie tussen geloof en wetenschap en hief de scheiding op tussen religie en objectieve waarneming. Deze laatste wekte juist de verwondering voor de verschillende dimensies van het leven waar de religie beeldend naar verwijst. Voor Modest was het niet zozeer het geloof dat God tastbaar maakt, maar de ervaring van een sturende kracht in het geheel van de schepping. Deze sturende kracht, deze Godservaring benoemde Modest in zijn geloofsbelijdenis: ”een werkelijkheid die me oproept om beter en liefdevoller mens te worden.”
Om voor te lezen nam ik een tekst van Teilhard die Modest ooit zelf had onderstreept. Hij noemt hier de kracht van de Liefde, die mensen met elkaar verbindt.
Deelhebben aan wat groeiende is-dat is de formule waaraan ik de voorkeur geef, de formule van mijn leven. Liefde tot de mens, de opstijgende pijl in de grote biologische opbouw. Liefde tot de wereld, die een zo onschatbare macht van goedheid en schoonheid draagt. Liefde voor god-het uitzonderlijke middelpunt, dat schittert in het hart van het systeem van middelpunten. Wij hebben niet te kiezen. Wij moeten ons vastwortelen in de liefde, die de echte ziel van de aarde is. Maar onder de mensen, die van nature ontelbaar zijn, bestaat er maar één manier om elkaar te beminnen: zich allen samen richten naar één middelpunt, dat verenigend werkt; één geheel, dat in staat is, om ons allen samen te binden, om ons allen te verbinden.
Teilhard de Chardin

De essentie van deze tekst wordt prachtig in muziek uitgedrukt in de Orthodoxe zang: “Wir beten an die Macht der Liebe”, van D. Bortnjansky
Rond zijn vijftigste geraakte Modest zeer erg geboeid door de geschriften van Sri Aurobindo en de Moeder. Hij begon steeds meer de verborgen dimensies van het leven te bevoelen en hij kreeg zicht op diepere verbanden. Hij hield ervan zijn horizon te verbreden en te peilen naar wat hij de universele grond van het mens -zijn noemde. In deze periode begon hij ook aan zijn afdaling naar binnen. Hij kreeg steeds meer het gevoel dat we perspectieven nodig hadden om ons bewustzijn te verbreden en om op basis van wederzijdse herkenning een geestelijke gemeenschap te vormen. Hij was toen ook bezig met enkele mensen (ik maakte hier ook deel van uit) om te zoeken naar een leefvorm die een leven van afstemming kon voeden. Hij had geen idee welke vorm dit samen leven in gemeenschap kon aannemen. Hij voelde echter wel aan dat het te maken had met respectvol omgaan met de natuur. Met zicht krijgen op onze sluimerende mogelijkheden. Met de uitdaging zelf naar oplossingen te zoeken voor problemen die zich zowel individueel als maatschappelijk opdrongen. Met kansen om onze mogelijkheden te ontwikkelen. Kortom met je eigen lot in handen te nemen en je niet langer slachtoffer van omstandigheden voelen. Toen hij kennis nam van het bestaan van Auroville verdiepte hij zich in het ontstaan ervan en leerde bijgevolg de stichters van Auroville, Sri Aurobindo en de Moeder beter kennen. Het feit dat mensen van zowat overal op de wereld bereid waren om samen met de autochtone bevolking van Zuid-India, de Tamils, op basis van universele waarden een nieuwe levensvorm te creëren boeide hem. De gelijkwaardigheid die aan de basis lag van deze wereldstad, die middenin de natuur ligt raakte hem heel diep.

Het is een stad die volledig in de natuur ingebed is en er organisch mee verbonden is. Haar bewoners zijn bereid om in vrede en harmonie samen te leven zonder onderscheid in geloof, politiek of nationaliteit. Ze streven naar eenheid. Allerlei technieken zorgen er voor dat de inwoners zich ten aanzien van de natuur dienend opstellen. Ik deelde met Modest deze interesse voor Auroville en we volgden samen de evolutie ervan. Kort na het begin van Poustinia zijn we ook daar geweest om ter plekke contact te leggen met de mensen die er leefden. We waren getroffen door de eenvoud en de authenticiteit van alles wat we daar aantroffen. Vooral de inspanning die geleverd werd om met de natuur samen te werken raakten ons zeer. Alles draait rond een levenshouding. Het gaat er niet om een andere religie of één of ander geloofssysteem, maar om bewust afgestemd leven vanuit je eigen wezen. Ieder draagt met zijn mogelijkheden aan de gemeenschap bij. De essentie van Auroville is wezenlijk: door je eigen inzet de ontwikkeling van de mens en deze planeet dienen.
Waar zou de mens toe dienen als hij niet gemaakt was om een brug te bouwen tussen Dat wat in alle eeuwigheid is, en heel de duistere en pijnlijke onwetendheid van de materiële wereld? De mens is de band tussen dat wat komen moet en dat wat is, hij is de brug die over de afgrond geslagen is.
De Moeder
Het stukje muziek “ Salve Regina” dat hierop volgt was Modest heel dierbaar. Hij hield ervan om in de stilte van de avond deze serene vloeiende Gregoriaanse zang te beluisteren. Hij gaf dan soms de vloeiende beweging met zijn hand aan. Jaren geleden verbleven we samen in de abdij van Orval waar de paters de avond met deze zang besloten. De kerk was vrij duister. Alleen in het koor was er gedempt licht . Overal echter in de hele kerk verspreid waren er brandende kaarsjes. Net vóór de paters de zang aanhieven, verstomde geleidelijkaan de avondklok, die ons naar de kerk had gelokt. De laatste klanken stierven weg in het donker dat als een zachte mantel over het koor neerdaalde. Een duif kirde en toen viel er een diepe stilte. We konden elkaar horen ademen. De eerste klanken van Het Salve Regina waren als balsem voor onze ziel. De tijd stond stil. Er was geen vóór of na meer, geen hoog of laag. Alles concentreerde zich op één punt: het moment in het nu. Elke gedachte verdampt, alle onrust lost op. Innerlijk versmolten we met het vloeiend op en neer glijden van de neumen. Het was voor Modest muziek die hem zeer sterk bij een natuurlijk ritme bracht. De hele schepping met haar stijgende en dalende energie, die ontstaan geeft aan dag en nacht, aan ebbe en vloed , aan geven en nemen, weerspiegelt zich in het voortdurende met elkaar wisselende crescendo en decrescendo. Zo ontstaat een ritme dat zijn bedding vindt in het hart van de schepping zelf. Het is deze oerkracht die aan het Gregoriaans haar helend vermogen schenkt. Ze heeft een universele grond die in overeenstemming is met het wezen van de mens. Met de jaren ontdekte Modest steeds sterker de kracht van deze gezangen die voor hem in een vroeger stadium van zijn leven sterk aan het ritueel van de mis gebonden waren. Hij vond dat deze muziek in staat was de mystiek van het leven uit te drukken. Toen hij heel erg ziek was en zich in half comateuze toestand bevond, heb ik deze muziek zeer veel gedraaid. Er ontstond een grote rust in de kamer, in tegenstelling met de drukte van het voortdurend heen en weer geloop. Verpleegsters die met deze muziek niet langer vertrouwd zijn, waren verbaasd over de rust die op deze wijze over hen kwam. In een wakker moment bleef Modest moeizaam het woord: ”mooi, mooi,...” herhalen. Hij lachte gelukzalig, luisterde aandachtig, en gleed dan even later op de zachte golvende tonen weer in een diepe vredige slaap.

Salve, Regina, mater misericordiae: Vita, dulcedo, et spes nostra, salve.
Antienne Salve Regina
Wordt vervolgd...........
DEEL DRIE
Uw schepping ben ik in hart en nieren, Gij hebt mij geweven in de schoot van mijn moeder. Ik dank U, Gij hebt mij zo wonderlijk gemaakt, ontzaglijke wonderen zijn al uw werken. Door U ben ik gekend, mijn ziel en mijn gebeente, in mij was niet voor uw ogen verborgen toen ik werd gevormd in het diepste geheim, prachtig gevlochten in de schoot van de aarde. Ik was nog ongeboren, Gij had mij al gezien, en al mijn levensdagen stonden in uw boek, nog voordat Gij er een van had gemaakt.
uit psalm 139

Deze prachtige oude tekst is een ode aan de schepping van de mens. De mens die deel is van een groter geheel. De essentie van de tekst is je geborgen en gedragen weten. Dit is een thema dat Modest zeer ter harte lag. In moeilijke omstandigheden zei hij vaak: “Het komt allemaal goed”.
Hij had daarom nog zelf geen zicht op een oplossing, maar hij geloofde dat er een oplossing was. Hij had een diep vertrouwen in de mogelijkheden van de mens en van de schepping. Hij begreep ook steeds meer dat ons oordeel het zicht op een oplossing vaak belemmert. Of de overtuiging alles zelf te moeten oplossen. Terwijl we ons ook kunnen laten dragen in het vertrouwen dat we ook geholpen worden. Als we erom vragen. Modest geloofde heel sterk dat de mens niet alleen gelaten wordt. Dat hij niet voor niets ingebed is in de aarde en haar vruchtbare schoot, “prachtig gevlochten in de schoot van de aarde”. De aarde die zelf weer deel is van een universum. Wij zijn voortdurend omgeven door krachten die op ons inwerken en die ervoor zorgen dat de schepping evolueren kan. Leven zonder dit ruime perpectief beperkt ons, doet ons vergeten dat we gedragen worden. Dat we niet aan de oorsprong van ons bestaan liggen en dus ook niet aan de oorsprong van onze bestemming. Naarmate de schepping evolueert, evolueert de mens ook.
Modest was opgegroeid op een boerderij. Hij had aan den lijve meegemaakt hoezeer een boer in zijn werk door de krachten van de natuur gestuurd wordt. Als een boer zich niet ten dienste van deze natuur stelt kan hij niet veel. Hij leert ze beluisteren, ermee samenwerken, erop inspelen, ze ontzien. Hij heeft meer dan eens gezegd dat zijn ervaring van wat hij later “woordeloze aanwezigheid“ noemde, in het leven op de boerderij geworteld is. De vader van Modest was een zwijgzame man, een boer in hart en nieren. Hij spiegelde Modest een groot godsvertrouwen. Hierbij past dan ook de mooie orthodoxe zang: Otche Nash, Onze vader, een zeer gedragen zang gecomponeerd door F. Dubenskij.
Ik voeg hier ook nog enkele verzen van de psalm toe:
Té groots voor mij, God, uw gedachten, té machtig voor mij de som, zomin als woestijnzand te tellen. Was ik radeloos -nog was ik bij U.
psalm 139

De ernst van het mens-zijn is zijn gebondenheid aan de moederlijke aarde, aan zijn Zijn als lichaam. Zijn bestaan is een bestaan op aarde. Hij is niet, van boven neerdalend, door een wreed lot in de aardse wereld geketend en geknecht, maar uit aarde waarin hij sluimerde, dood was, werd hij opgeroepen door het woord van god, de Almachtige. Een stuk aarde, maar aarde door God geroepen tot mens-zijn.
Dietrich Bonhoeffer
Op 9 april 1945, vlak vóór het einde van de tweede wereldoorlog, werd Dietrich Bonhoeffer op persoonlijk bevel van Hitler, in het concentratiekamp van Flossenberg door ophanging vermoord. Hij verzette zich openlijk tegen de vervolging van de Joden en nam deel aan het ondergrondse verzet. Als predikant zette hij zich in voor de gelijkheid tussen mensen. Ras of rang maakte voor hem geen verschil. Voor Bonhoeffer was religie een verbinding aangaan met het hier en nu, met de omstandigheden waarin je leeft. Hij sloot zijn ogen niet voor het onrecht dat hij zag en hij profileerde zich als een predikant die zich zeer bewust was van zijn eigen tijd en zijn eigen geschiedenis. Hij verzaakte op geen enkele manier aan de wereld maar stond midden in de wereld. Hij durfde het aan volop te leven in het onvoltooide, het onvolmaakte, het nimmer definitieve. Hij verwoordde zijn levenshouding prachtig in een van zijn gevangenisgedichten: “niet in het mogelijke zweven - maar dapper de werk’lijkheid grijpen - vrijheid ligt niet in de stroom der gedachten - maar enkel in het doen“
Voor Bonhoeffer was er geen scheiding tussen individu en gemeenschap, tussen het sacrale en het profane. Je bent niet alleen voor jezelf verantwoordelijk maar ook voor de gemeenschap. De dingen die deel uitmaken van ons dagelijks leven zijn het waard gezien en geacht te worden. Je bent eerlijk ten aanzien van jezelf als je ook je zwakke kant erkent. Dit is een voorwaarde om de onvolmaaktheid van de ander zonder oordeel te zien. Door oog in oog te durven staan met de onvolmaaktheid van het leven kwam hij des te meer in voeling met de energie van het scheppende leven. Een niet te stuiten zich voortdurende vernieuwende energie die ons aanzet voort te doen, nieuwe dingen te proberen, te leren van het verleden en de toekomst met opgeheven hoofd tegemoet te treden. Net vóór hij opgehangen werd sprak hij deze beklijvende woorden: “Ik ga niet het einde van mijn leven tegemoet, maar het begin”.
Modest voelde zich zeer aangesproken door de levenshouding van Bonhoeffer. Ze gaf perspectief aan wat hem naar mensen toe bewoog. Hij had het in zijn lezingen ook vaak over “de maar-mens”, die aan de kant wordt gezet. Hij had zelf altijd oog voor de noden van hen die amper gehoord werden. Hij maakte in zijn omgang met medemensen geen enkel onderscheid tussen gelovigen en ongelovigen. Voor hem waren er alleen maar mensen. Hij was priester voor iedereen. Een ritueel diende de weerklank te zijn van een zingeving die een mens in zijn diepste zijn bekrachtigde. In vieringen nam hij geen blad voor de mond als het ging over onrecht en mensonwaardig handelen. Hij bracht voortdurend de actualiteit ter sprake zonder echter voorbij te gaan aan zijn diep godsgevoel. De diepgang van Bonhoeffers levensvisie boeide hem dan ook zeer. Hij werd gevoed door zijn zin voor realiteit die zich mettertijd verdichtte tot een mystiek van de dagelijkse werkelijkheid. Voor Modest was religie ook iets heel concreet. Alles wat bestaat is het waard om geheiligd te worden. Elke mens heeft zijn eigen waarde.
De tekst die ik voorlas geeft dan ook sprekend het geloof in de kracht van de mens weer. ”Een stuk aarde, maar aarde door God geroepen tot mens-zijn.”

Ik denk hierbij ook aan de vele momenten dat ik Modest met toewijding in de aarde heb zien werken. De aarde was heilig voor hem. Hij had er ontzag voor. In de grond werken was een manier van bidden voor hem. Oogsten was dank zeggen. Met dit beeld van de aarde is ook het zegenen verbonden. Zegenen is je omringd weten door grote krachten en dat in een teken uitdrukken. Bonhoeffer schreef in dit verband ooit: ” Door goede machten trouw en stil omgeven”.
Modest heeft altijd met heel zijn wezen gezegend, als hem hierom werd gevraagd. Het was voor hem het kostbaarste wat hij kon doorgeven. Het was een vorm van dienstbetoon. Dit indachtig citeer ik hier in dit verband de volgende woorden van Bonhoeffer: ”Wij hebben Gods zegen ontvangen in geluk en lijden. Wie echter zelf gezegend is, kan niet anders meer dan de zegen doorgeven. Hij moet waar hij ook is een zegen zijn. Alleen uit het onmogelijke kan de wereld vernieuwd worden; dit onmogelijke is Gods zegen.”
De zachte helende klanken van het de gregoriaanse zang : ”Da pacem Domine”, geven de mildheid weer van een levensvisie waarin menselijke waarden centraal staan.
DEEL VIER
Nu komen we bij het moment aan dat ik een fragment voorlas uit de bekende toespraak van Seatlle. Hij was het opperhoofd van de Dwamisch-stam. Deze rede die in 1854 werd gehouden maakte sterke indruk en leeft in verschillende versies verder. Ze werd gehouden als reactie op de drang naar bezit van de blanke man die toen de Indianen onder druk zette om hun land te kunnen kopen. De Indianen hebben niet het gevoel dat ze grond bezitten. Ze voelen zich deel van hun grond. Daarom kunnen ze hun grond ook niet verkopen. Ze zijn deel van de aarde en de aarde is deel van hen. In deze levensvisie vormen mens en natuur één geheel. “Wat er met de aarde gebeurt, gebeurt met de kinderen van de aarde”, zegt Seatlle. Wat verder zegt hij: ” Wij weten dat de blanke man onze manier niet begrijpt. Voor hem is het ene stuk grond gelijk aan de andere. Hij is een vreemde, die in de nacht komt en van het land neemt wat hij nodig heeft. Hij behandelt zijn moeder, de aarde en zijn broeder, de lucht als koopwaar, die hij kan uitbuiten en weer verkopen als goedkope kralen”.
Dit zijn woorden die op Modest een heel diepe indruk maakten. Hij heeft heel lang de tekst op zijn kamer gehangen, zodat hij hem dagelijks kon lezen bij wijze van afstemming. Hij was geroerd door de eerlijkheid van deze toespraak. Er wordt geen blad voor de mond genomen maar toch wordt alles ook met enorm veel kracht en respect geformuleerd. Modest voelde zich nauw verbonden met de Indiaanse spiritualiteit. Ze voedde in hem de verbondenheid die hij zelf met de natuur beleefde. Hij leerde de natuur lezen als een boek waarin je alles over het leven kan lezen. De idee dat alles samenhangt en dat ieder onderdeel belangrijk is voor het geheel boeide hem zeer. “Alles hangt met alles samen”, zegt Seatlle. En verder: ” De mens heeft het web van het leven niet geweven. Hij is slechts één draad ervan. Wat hij met het web doet doet hij met zichzelf”.
Het fragment dat ik koos sluit aan bij de essentie van de wake: wat wij van onze overleden dierbaren leren, kunnen we op vruchtbare wijze doorgeven. Dood is niet het einde. Steeds weer opnieuw worden we gedragen en geïnspireerd door de levenservaringen van onze voorvaderen. Het gaat er niet om dat wij herhalen wat zij hebben gedaan maar dat wij leren van wat ze hebben gedaan. Wijsheid is het sap dat uit levenservaringen gefilterd wordt. Wijsheid is voor de Indianen toegepaste kennis. Hun levensfilosofie is gebaseerd op waarneming. Het leren door te zien. Zo leerden de jongeren van kleinsaf naar de ouderen te kijken en waar te nemen hoe ze met het leven omgingen.

Je moet je kinderen leren dat de grond onder hun voeten de as van onze voorouders is. Leer ze de eerbied voor de aarde, vertel uw kinderen dat de aarde vervuld is van de levens van onze voorouders dat de aarde onze moeder is.
Onze doden leven voort in de stille wateren van de aarde. Zij keren terug als de naderende voetstappen van de komende lente. Het is hun geest, die als een rimpeling van de wind over het water van de meren loopt.
Seattle
(Je kunt hier heel de tekst van de toespraak vinden)
Hierbij past de prachtige Orthodoxe zang: “Blagosloven esi Gospodi”, Prijs de Heer, van S. Rachmaninov: Russische Ostervesper op. 37
Het Hooglied van de Liefde is de tekst die Modest tijdens zijn engagement voor de gemeenschap misschien wel het meest gelezen heeft. Ik nam er een fragment uit omdat het zo intens verweven is met de vele momenten die hij doorbracht met jonge stellen die hem vroegen om voor te gaan in hun bruiloftsviering. Hij vond het Hooglied een heel mystieke tekst en hij peilde naar de diepere zin van deze zeer poëtische gezangen. Het Hooglied neemt in de Bijbel een unieke plaats in en onderscheidt zich in stijl en boodschap van alle andere boeken. De Hebreeuwse naam is Shir-Hashirrim, wat betekent, het mooiste lied of Lied der liederen. Het boek is in dialoog geschreven. In de teksten, die zwanger van symboliek zijn ontspint zich een gesprek tussen Salomo en een Sulamitische herderin van eenvoudige afkomst. De liefde wordt op speelse, tedere wijze bezongen in de prachtige klanken en beelden van de teksten. In een deel van de tekst wordt zelfs een bruiloft beschreven. Daarom ook werd de tekst vaak gekozen als onderdeel van bruiloftsvieringen. Sommige passages zijn zeer erotisch. Dat heeft in de loop der tijden best wat stof doen opwaaien. De vraag rees zelfs of het in de Bijbel wel thuishoort. Zo ontstonden mettertijd veel interpretaties. Voor Modest was het een tekst die niet theologisch kon worden geduid. Hij beschreef volgens hem de liefde voor de natuur en haar Schepper. In de liefde tussen man en vrouw kan deze liefde ook worden belichaamd. Liefde heeft veel dimensies. Een mens doet er een heel leven over om deze dimensies te ontdekken en te ervaren dat Liefde in haar volheid door de mens moeilijk te vatten is. In een aflevering van het Braambos waar de thematiek van het Hooglied ter sprake kwam, duidt Hans Ausloos, hoofddocent aan de Faculteit van Godgeleerdheid aan de KU Leuven de zin van het Lied. Hij vertelt daar dat de Bijbel over ervaringen gaat die mensen te boven gaan. Hoe kunnen wij mensen iets zeggen over lijden, God, en Liefde? Volgens hem is het Hooglied niet voor de Bijbel geschreven. Op een bepaald moment hebben mensen ervoor gekozen om dit boek in de Bijbel op te nemen. Het gaat over Liefde. Hoe kan je Liefde verwoorden? Ze is ook een ervaring die ons overstijgt, die alleen in beelden kan benaderd worden. In deze zin kan de liefde ook een plaats krijgen onder al die andere ongrijpbare ervaringen die de Bijbel omschrijft. Ik heb deze tekst ook gekozen omdat een priester de liefde in velerlei vormen ervaart doorheen de vele contacten die hij met mensen heeft. Ze raakt aan ervaringen die mensen overstijgen. Hij heeft ontelbare momenten doorgebracht met mensen die over hun liefdeservaringen in hun leven getuigden. Hij heeft eruit geleerd dat we moeten ophouden met te willen invullen wat liefde is. Dat liefde zo allesomvattend is dat wij ze niet kunnen beperken door het beperkte zicht dat wij erop hebben. Ze is een kracht die in ons werkt, ons vormt, ons sterkt en ons dwingt oordelen en vooroordelen op te geven. De tekst was voor Modest ook een uitnodiging om altijd op het leven verliefd te blijven. Om het leven in bewondering en verwondering te bezingen, zoals dat ook in het Hooglied gebeurt. Het leven dat onstuitbaar verdergaat.

Sta toch op, mijn liefste,
mijn schone, en kom.
Want zie, de winter is voorbij,
de regen is over, verdwenen.
De bloemen vertonen zich op het veld, de zangtijd is aangebroken,
en t’gekir van de tortel wordt gehoord in ons land.
De vijgenboom laat zijn vroege vrucht zwellen,
en de wijnstokken in bloei geven geur.
Sta op, kom, mijn liefste,
mijn schone, kom!
Het Hooglied.
Dit lied werd omkaderd door de heel serene zachte Gregoriaanse zang ANTIENNE PAX AETERNA
DEEL VIJF
Zo kom ik aan het einde van de wake. Modest had als een van zijn laatste boeken “de Vliegeraar” van de Afghaanse-Amerikaanse schrijver en arts, Khaled Hosseini gelezen. Hij was zeer onder de indruk van het verhaal en van de boodschap van het verhaal. Het gaat om de schending en het herstel van diepmenselijke waarden. Het centrale thema is vriendschap.

Hij maakte mij enthousiast om het ook te lezen want hij wou erover kunnen spreken. Ik was halverwege het boek toen Modest overleed. Door deze omstandigheden kreeg voor mij het verder lezen van het boek nog een andere dimensie. Het werd het begin van verder praten op een andere golflengte. De dingen gebeuren nooit voor niets. Ze komen op de juiste tijd, het juiste moment, op de juiste plek. Zoals ook het verhaal van de Vliegeraar zo mooi laat zien. We weten soms niet waarom de dingen lopen zoals ze lopen maar we kunnen wel leren omgaan met de loop der dingen.
Enkele maanden geleden had ik het geluk om de verfilming van het boek te zien. Ik werd ontroerd op het moment dat de vader met zijn zoon vlucht. De jongen kan door de angst de slaap niet vinden. De vader vraagt hem om één van de gedichten, die hij hem leerde te citeren. De jongen begint dan het volgend gedicht voor te dragen Een pareltje van de dichter Rumi.
Als we gaan slapen
dan zijn we zijn slaapkopjes.
En als we wakker worden,
dan zijn we in zijn handen.
Als we moeten huilen, dan zijn we
Zijn wolk van regendruppels.
En als we moeten lachen,
dan zijn we zijn bliksem.
Als we strijden, dan is het
de weerspiegeling van zijn toorn.
Als we vergeven, dan is het
de weerspiegeling van zijn liefde.
Wie zijn wij
in deze ingewikkelde wereld.....?
Rumi
Wie zijn wij in deze ingewikkelde wereld? Het zicht op de grote samenhang der dingen wordt steeds groter. De mens is in dat Grote een deelnemer. Een deelnemer die scheppend in dat Grote kan staan. Scheppen is belichamen wat er al is. Het is je lichaam, ziel en geest ten dienste stellen van. Zo weerspiegelen we voortdurend wat er al is maar zich wenst uit te drukken door ons.
Deze reflecties sluiten weer aan bij het diepe levensgevoel van Modest dat hij in zijn geloofsbelijdenis uitdrukt. Zo is de cirkel weer rond en eindigen we waar we in de wake begonnen. Zo is ook het leven. Begin en einde raken elkaar en vloeien in elkaar over.
Ik verbind dit alles ook met een tekst van Felix Timmermans die de beweging van het leven dat zich steeds herhaalt en verdiept zo beeldend verwoordt. Een fragment uit Pallieter. Het is trouwens leuk dat Pallieter hier even langskomt, want hij heeft zowat aan de hand van Modest tijdens zijn leven meegelopen. Modest was een levensgenieter en tegelijk peilde hij naar de diepte der dingen. Vreugde scheppen en de dingen naar waarde schatten voeden zich aan het grote mysterie van het leven. Zoals Pallieter, in bewondering voor de natuur en haar seizoenen ook zo mooi bezingt.

De bladeren vielen, de winter rilde aan de horizon.
Het was er mee gedaan.
Het leven had alles gegeven wat het kon.
Het was moe en uitgeput, en ging nu rusten terug in de grond,
en er nieuwe krachten vergaren voor te naaste jaar.
Kikkers, vleermuizen, vogelen en krekels, alles doet en moet mee met de wet van terugwerking!
het is de inademing van de wereld!
Allerhande nieuwe levens zijn nu geboren en hebben geleefd,
en daar het leven altijd maar leven moet en leven geven, zo haalt
het er vele terug naar binnen, om er te naaste jaar andere zielen in te blazen.
Hoe kan het anders?
Vanwaar zou de aarde het omhulsel der zielen blijven halen?
Zij is immers rond en afgerond, en er is niet meer stof in dan er in is.
Daarom doen die heengaan mee om anderen te laten komen.
Zo heeft ieder zijn toer, en t’een is even schoon als ‘t ander, omdat het mee tot den asem van het leven behoort.
Och, t’is zo schoon als men er aan denkt, maar ach, wij zouden het toch anders willen!.
Felix Timmermans
Zo komt ook de wake hier aan haar einde en vloeit in het leven van elke dag over. Druppelsgewijs zoals de regen het land bevloeit.
We liepen met Modest mee, enkele voetsporen volgend, die zijn leven richting gaven. Een handgreep uit het vele. Merkstenen op een pad van zoeken en vinden, van peilen naar de verborgen zin van het leven. De keuze van de teksten geven tegelijk ook een groeiproces weer, het telkens weer verleggen van de eigen grenzen om voorwaarts te gaan. Modest bleef zijn hele leven lang gefascineerd door de mogelijkheden, die in de mens besloten liggen om zin te verlenen aan. Hij legde zich niet vast. Hij genoot van de verscheidenheid der dingen en mensen.
Hij realiseerde zich meer en meer dat ons bewustzijn zich aan het openen is voor dimensies die we in het leven moeten integreren. Dat we deze dimensies ook nodig hebben om volledig mens te worden.
Een geestelijk wezen, dat levend binnen de grenzen van tijd en ruimte, tegelijk ook zichzelf kan overstijgen.
De inhoud en opbouw van de wake omkadert universele thema’s, die ons allen raken. We maken allen een proces van ontwaken door maar bewandelen soms andere wegen. In de ontmoeting met anderen vinden we herkenning. We hoeven de weg niet alleen te gaan. Het trof mij dat na de wake velen met hun individueel verhaal kwamen. Iets kwam in beweging. Wat waardevol is valt op zijn plek. Wat op zijn plek valt voedt het leven voor de volgende generatie. Niets van wat is gaat verloren. Het wordt door het leven telkens weer opnieuw doorgegeven.
Dit samen zijn met aandacht en afstemming bracht ons dichter bij elkaar. We nemen in dankbaarheid wat is geweest en nog zal zijn, over de grenzen van tijd en ruimte. Herinneringen werken vruchtbaar door als ze ons helpen geïnspireerd verder te leven. Ze zijn raakpunten die voeren tot nieuwe raakpunten. Tot geraakt worden en aangeraakt worden.
Moge de inspiratie van deze wake ons verder inspireren. Het waaien van de geest gebeurt aan ons vandaag.
Einde wake 2 april 2009
|