doelstellingknop symboolknop inmemoriamknop vriendenknop jaaroverzichtknop linkenknop mededelingenknop reflectiesknop contactknop
lucht1
duifklein1a lucht1

gebedswake modest

27 juli 2010

 

De zon weerspiegelt

je glimlach

in het zachte bed

van bloemenharten.

 

De witte schermen van de vlier

herinneren mij

aan de zachtheid

van je vingers

bij het plukken.

 

Het afgemaaide hooi,

bedwelmd door de hitte,

wekt in mij het enthousiasme

voor het leven

van het land.

Doodgewoon leven.

 

De appelaar draagt

de belofte voor een rijke oogst

reeds in zich.

Ik zie je staan kijken

en tellen tot je

de tel verliest.

 

De ezels liggen in de wei,

genietend van de stilte,

in het zwangere middaguur.

Je zou je in je luie zetel laten zakken

en wegdromen tot

de slaap je overmande

en je in de tijdloosheid verdween.

 

Zo tijdloos als nu

heb ik je nooit eerder ervaren.

Ik merk hoe ik er zelf door vertraag

en in het nu verwijl,

al was het oneindig.

 

Het is goed om

te weten en te voelen,

dat in deze traagheid

van de tijd,

herinneringen beklijven,

en het heden voeden.

Voor altijd.

 

Een dag als vandaag

valt uit de hemel

ons ten deel.

Ik voel mij getuige,

ontvanger en gever tegelijk.

Dit is ook wat je mij leerde

over leven en Leven

ten voeten uit.

 

Het kan niet op,

zou je zeggen,

met een brede lach,

op je zonovergoten gezicht.

Inderdaad,

het kan niet op,

het is nog maar een begin,

van een heel lang verhaal.

 

 

op de verjaardag van Modest

Huguette

Op Modest zijn verjaardag ontvingen we van Ria Breugelmans dit gedicht

Zomerzonnewende
Sint-Jan
de laatste asperges
nog eenmaal rabarber maken
rekken vol vlierbloesemgelei wachten op proevers
 

een tuin als paradijs
een paradijs van een tuin
 

overvloed van kleuren
van klaprozenrood over lupinenlila tot rozenrose
met hier en daar al openvouwend teunisgeel
 

bedwelming door geuren
van munt
en roos
en linde 
en vlier
 

een vogelconcert
van mees en merel en duif
de koekoek zwijgt
't is écht zomer
 

daarboven de zon
met een ouderwetse warmte overdag
en een verfrissende avond
 

Een zomerdag
een zomeravond
ter ere van Modest

 

Voorbij

 

Voorbij de grenzen
ben je aanwezig
in dit oneindig moment.

De herinnering
aan vele kleine dingen,
die groot zijn door hun eenvoud
zweeft over de uren van de dag
waarop je verderging
nu twee jaar geleden.

Deze dingen zingen
en maken deel uit van de dag van heden.

Ze zijn ontelbaar rijk,
onnoemelijk schoon.

Ze zijn de zingende getuigen
van liefde,
ontelbaar keren,
gedeeld
in kleine dingen,
die beklijven.

Voorbij de grenzen,
van deze vergankelijkheid.

Zwevende herinneringen,
die zijn als vogels in de tijd,
die verglijdt
tussen hemel en aarde.

Maar jij blijft.

Huguette

 

modesttak

 

Het is al weer twee jaar geleden dat op 2 april Modest is overgegaan. We houden even stil en in deze stilte, nemen we al onze dierbaren, die in de loop van het vorig jaar zijn overgegaan in een kring op. Vandaag wordt in Poustinia een meditatie aan hen gewijd.

 

Ik voeg hieronder nog het verhaal van de drie bomen, uit een boekje van Manu Verhulst:

 

Er waren eens drie bomen, die alledrie in een hevige storm een grote tak waren kwijtgeraakt.

De drie bomen waren elk op een andere manier met hun verlies omgegaan. Jaren later ging ik de bomen weer opzoeken. Gisteren heb ik ze weer gevonden en gesproken.
De eerste boom rouwde nog steeds om zijn verlies en zei ieder voorjaar als de zon hem uitnodigde om te groeien:
’ Nee, dat kan ik niet want ik mis een belangrijke tak.’
Ik zag dat hij klein was gebleven en in de schaduw stond van de andere bomen. De zon drong niet meer tot hem door.
De wonde was duidelijk zichtbaar en zag er naakt uit. Het was het hoogste punt van de boom.
Hij was niet meer verder gegroeid. De tweede boom was zo geschrokken van de pijn dat hij snel had besloten om het verlies te vergeten. Hij was moeilijk te vinden, want hij lag op de grond.
Een voorjaarsstorm had hem doen omwaaien. Hij had zijn greep op de aarde verloren. De plek van de wonde was moeilijk te vinden. Deze zat verstopt achter een heleboel vochtige bladeren en lag daar te rotten.

De derde boom was ook erg geschrokken van de pijn en de leegte in zijn lijf, en hij rouwde om zijn verlies.
Het eerste voorjaar toen de zon hem uitnodigde om te groeien, had hij gezegd:
’ Ja, zon, verwarm mij zodat ik mijn wonde kan verwarmen.
Mijn wonde heeft warmte nodig , opdat ze weet dat ze erbij hoort.’
Toen de zon het derde jaar weer terugkwam, sprak de boom:
’ Ja, zon, laat me groeien. Ik weet dat er nog zoveel te groeien is.’
De derde boom was ook moeilijk te vinden, want ik had niet verwacht dat hij zo groot en sterk zou zijn geworden. Gelukkig heb ik hem herkend aan de dichtgegroeide wonde, die vol trots in het volle zonlicht werd gehouden.

Modest en de viering van 30 jaar Molenhuis.

 

Deze zomer was ik aanwezig bij de viering van het 30 jaar bestaan van het Molenhuis. Samen met Modest heb ik daar in de beginjaren veel tijd en energie in geïnvesteerd. Het Molenhuis betekent voor ons een belangrijke fase in een groeiproces, dat uiteindelijk tot het ontstaan van Poustinia heeft geleid. Ik vond het fijn om aanwezig te zijn bij de mensen, die nu de verantwoordelijkheid dragen voor het verderzetten van dit project. Door zijn opzet en uitbouw kan het Molenhuis vooral kleinere en grotere groepen huisvesten, die de Ardennen opzoeken om hun activiteiten in te bedden.

Solidariteit, samenwerkingsgeest en doorzettingsvermogen kenmerken dit project, dat gedurende al de voorbije jaren getuigt van geloof in de mens en zijn mogelijkheden. Op de dag van het feest kon iedere bezoeker de evolutie van het project via beelden op een scherm volgen. De praktische realisatie van twee belangrijke ecologische projecten werd tijdens een rondleiding toegelicht. Zoals dat ook bij ons het geval is, werd ook het Molenhuis door de gemeente verplicht om in zijn eigen waterzuivering te voorzien. Nu wordt door een biologisch waterzuiveringssysteem het verbruikte water zuiver naar de rivier La Belle Meuse gevoerd. Het Molenhuis beschikte over een waterturbine, die reeds vanaf 1952 defect was. Jarenlang is er nagedacht en geexperimenteerd om deze turbine weer aan de gang te krijgen.

turbinemolenhuis

 

Vóór 1952 was het Molenhuis het eerste huis in België, dat zijn eigen electriciteit kon produceren. Nu is het dit jaar gelukt om door het plaatsen van een nieuwe turbine uit het water dat onder het Molenhuis van de helling stroomt eigen electriciteit te produceren met een ruim overschot, dat aan het net kan worden gegeven. Een prachtige realisatie, die het resultaat is van durven gebruik maken van natuurlijke krachtbronnen, die ook nog een goede investering voor de toekomst is.

In de namiddag was er een moment voorzien als herdenking van Modest, die uiteindelijk de motor aan de start van het project was. Door zijn enthousiasme en geloof in de mogelijkheden van het Molenhuis wist hij voldoende mensen aan te steken zodat het huis kon worden aangekocht. Het was een hele onderneming waarbij veel overleg en verbeelding bij te pas kwamen, maar het opzet lukte. Het was dan ook met dankbaarheid in het hart dat de aanwezigen zich in de kleine kapel verzamelden voor een moment van afstemmimg op de spirituele dimensie van dit gebeuren. Een leuk en zinvol detail. Bij de ingang van de kapel stond een mooie oude stoel met een abstracte figuur in lood. Zo werd Modest bij dit gebeuren aanwezig gesteld. Het deed iets, het was gewoon goed. Johan opende met de woorden: Dank zij Modest die de bron zag, mogen wij nog steeds in het Molenhuis komen: een bron van leven, van energie. Kort sprak ik de mensen even toe door te vertellen hoe het allemaal begon, 30 jaar geleden om de inspiratie van Modest even te evoceren.

Het begon met heel graag wandelen en thuiskomen in deze ongerepte natuur om leeg te worden na de drukte van het vele werk. Wandelen dat meer is dan je fysiek trainen, dat je anders doet kijken naar de dingen, die je al kent. Je neemt ze weer voor het eerst waar, je ziet er nieuwe kanten van, om uiteindelijk daarna weer verder te gaan met dezelfde dingen, maar anders dan voorheen. Vertoeven in een natuur, die je dwingt om te reflecteren over hoe je leeft, waar je mee bezig bent, waarvoor je leeft. Voor Modest was deze ervaring een manier om weer tot zichzelf te komen, bij je innerlijke bron, die altijd stroomt, maar die ons aanspoort tot voortdurende afstemming. Hij ontdekte hoe belangrijk het is om het bekende even los te laten, afstand te nemen van waar je elke dag mee bezig bent, de drukte te relativeren en weer op een natuurlijk ritme terug te vallen. In een omgeving, die nog niet door de mens is verstoord,waar wilde dieren zich nog op een natuurlijke wijze kunnen verplaatsen.

Maar Modest geloofde niet alleen in de mogelijkheden van dit huis, waaraan veel moest gerestaureerd worden. Hij geloofde evenzeer in de mensen, die hem omringden en die de werking moesten realiseren. Hij zag van ieder de talenten, belichtte ze en moedigde aan om ze voor het project in te zetten. Dit alles op vrijwillige basis, omdat mensen door hetzelfde vuur als hij werden aangestoken en het brandend hielden.

 

molenhuis

Een huis en een natuur, die symbool staan voor dat stukje in ons dat ondanks alles wat we meemaken en doorstaan ongerept blijft. Waar we ten alle tijden kontakt kunnen mee krijgen, als we erop afstemmen. Afstemmen kan maar als we durven loslaten en de grote ruimte opzoeken waar alles weer in patroon kan vallen.

Een huis dat in het lied dat werd gezongen zijn weerklank vindt:

Zomaar een dak boven wat hoofden
deur die naar stilte open staat.
Muren van huid, ramen als ogen
speurend naar hoop en dageraad.

Er was ook even een moment waarin een verhaal werd verteld. Dat symbolisch het vertrouwen op de inspiratie oproept.

Het oude mannetje en de kaars.

Op een dag vond een oud mannetje een mooie kaars in een oude kast.
Hij keek naar de kaars: vuurrood met gouden randen.
en plots sprak de kaars;’ Omdat jij zo zuinig was heb ik nooit mogen branden.
Ik heb al die jaren in die donkere kast moeten liggen.
Steek mij aan en ik breng je licht.’
Geschrokken en een beetje verward stak het mannetje toch de kaars aan.
Eerst werd het vlammetje kleiner alsof het wilde weglopen.
En toen werd het opeens groter en groter.
Er kwam levend en dansend licht in de kamer.
En de kaars lachte zo hard dat er dikke tranen kaarsvet naar beneden liepen.
’Zie je, ik brand weg, maar jij kan de kleuren van je kamer zien.
Nu ben ik pas echt kaars.’
En toen de kaars helemaal was opgebrand, werd het donker in de kamer,
maar in het hart van het mannetje was het licht gaan branden.
’Nu begrijp ik je kaars’,zei hij,’je bent pas echt kaars,
als je brandt voor een ander,
als je je helemaal hebt weggegeven.’

 

Het was goed om ginds samen met anderen weer even terug te gaan naar wat allemaal in het begin in de omgeving van het Molenhuis in beweging kwam. Om met een dankbaar hart terugkijken naar ontmoetingen, die hierdoor mogelijk werden. Warmmenselijke momenten, die een spoor trekken in het leven en die helpen om trouw aan jezelf te blijven. Ik heb die dag de ervaring gehad dat ik samen met Modest daar rondwandelde en dat op deze wijze alles wat ik zag deel uitmaakte van waar hij in geloofde en waarover hij zich blijvend kon verwonderen. Want verwondering, daar gaat het bovenal om. Zo leven dat je blijvend verwonderd bent. Je eerlijk bezinnen als je merkt dat je de verwondering dreigt kwijt te geraken. De verwondering beleven als drijfveer in je leven en van alles wat je doet. Als er een woord is wat aan Modest blijft kleven dan is het zeker verwondering. Het was de verwondering die hem altijd weer deed zeggen:’geweldig’.

Geweldig dat het Molenhuis al 30 jaar bestaat dank zij een moment van verwondering en de inzet van vele mensen, die zich blijven verwonderen. Geweldig dat in de stilte van het Molenhuis ook het geesteskind, dat Poustinia heet, zich voor het eerst kon laten voelen als een diepe behoefte aan een leven waarin werken in overeenstemming met de natuur en geestelijke verdieping in het dagelijkse leven hand in hand gaan.

 

Wie wat informatie zoekt over de geschiedenis en de werking van het Molenhuis kan terecht bij:

www.molenechos.be

www. moulindebellemeuse.be

27 juni -een dag anders dan andere dagen

Modest was een kind van de zon. Even na Midzomer geboren. Ik heb altijd het gevoel gehad dat juist daarom de beelden uit zijn kinderjaren in de hooitijd zo sterk op zijn ziel waren geprent. Hij hield van de akkers in de zomer, het rijpende koren in de wind. Als het hooitijd was dan merkten we dat in Poustinia. Dan was Modest ook altijd een beetje anders dan anders. Een Poustinia zonder zeis zou geen Poustinia geweest zijn. Dus elk jaar moest Modest getrouw hoekjes en kantjes in de tuin zeisen, dan was hij even in zijn element.
De geur van vers gemaaid gras bracht hem thuis, bij zijn oorsprong. Als de hooiboer onze weide kwam maaien, dan wou Modest het hooi zelf omdraaien. Tijd speelde dan geen rol meer. Tijd werd gewoon hooitijd.
Onlangs werd onze weide weer gemaaid. Het gaat zo snel. Het is zo voorbij, de machine dendert met kracht over het veld. Maar de geur van het hooi is dezelfde. Ook de ezels blijven staan om te ruiken. Zij hebben alle tijd.
Met ouder worden verzoende Modest zich meer en meer met de tijd. Hij kreeg steeds meer tijd, en hij leerde een heleboel van de tijd die hij kreeg.
‘De tijd doet me mijmeren’, zei hij.’ De tijd doet me zijn.’
Dus nu is het weer volop hooitijd en ik neem de zeis ter hand en hooi hoekjes en kantjes. Zo hou ik iets in ere wat waardevol is.
Het is een andere manier om een verjaardag te vieren, maar het verbindt en brengt twee werelden bij elkaar. Want dit is een dag in de herinnering, die voor altijd verbonden blijft met hooi.
Een dag, die doet stilstaan bij wat wezenlijk voelt in de relatie met Modest.
Het dank zeggen voor de gaven van de natuur.
Het besef dat wij in relatie staan tot iets groters, dat tijdloos aanwezig is.

 

 

Hooitijd

Op en neer gaat de zeis
zwevend over de grond
weer naar rechts
weer naar links
steeds maar maaiend
steeds maar graaiend
nimmer talmend
dansend op het ritme
van de adem
bewegend in de wind
die spelend in het gras
haar voor blijft
en ontsnapt
aan de scherpte
van haar snede
een draai naar rechts
een draai naar links
mijn armen in cadans
met haar snijdende slag
zo baan ik mij een weg
door de welriekende wei
die in overgave wijkt
zo wordt bloei bedwongen
en groei aangespoord
zo wordt leven gave
waar vruchtbaarheid gedijt
ik ben klein
in dit gebeuren
groot is mijn deel
aan de weelde
van deze zomertijd
tijd van gave
tijd van zijn

voor Modest

27 juni 20009

huguette

hooiland

 

en tenslotte verwijs ik naar een passage in Boerenpsalm van Felix Timmermans, waar Boer Wortel iets zegt over maaien en zaaien. Boerenpsalm was voor Modest een levende verbinding met het landleven, dat hij van nabij als kind en jonge knaap had meegemaakt.

maninhooi

’Het is zo zeker en vast: de nachten volgen op de dagen, de maan is altijd op haren tijd,
de verwisseling der seizoenen die telkenkeer terugkomen als vroeger,
en toch telkens nieuw en anders zijn, gebeurt door vaste hand.
Voor een stadsen mijnheer die tussen vier dempige muren zit is dat van geen tel,
maar voor een boer is het het leven.
Die bewegingen behandelen en bewerken het veld, die houden het hart en de ziel gespannen.
Het boerenleven hecht mij als een wortel, naar mijn naam, aan t’ leven vast.
Het is alsof ik nooit niet sterven zal of kan. Als ik zaai, dan denk ik nooit:
Zal ik nog maaien?
Ik zal maaien!
Het zaaien en het maaien en het weer zaaien zijn als een kring waar de dood niet binnen kan.
Hij heeft geen recht op mij zolang ik werk.

zeisman

 

de kracht van de zomer waar het hooi in wezen symbool voor staat, wordt prachtig vertolkt door
Nigel Kennedy in dit fragment van Vivaldi's de Vier Jaargetijden: de zomer.

Een jaar vóór Modest overleed gaf hij mij een tekst die hij heel waardevol vond.
Hij zei : ”Het is mooi als je zo herinnerd wordt.”
Ik heb al vaak aan dit moment teruggedacht. Hij vertelde me toen dat hij het zinvol vond om op deze wijze met overleden dierbaren om te gaan. Namelijk door dingen te doen, die zij ook hebben gedaan en die voor hen waardevol waren.
Op deze wijze wordt het leven verder doorgegeven en neemt het ook voortdurend weer vorm aan. Zich herinneren is geen terugval in de tijd, het is de draad opneme en verder breien. Een gemis verwijst naar iets wat is, wat we kennen of gekend hebben. In het Duits zegt men : ”Mir fehlt entwas”. In het Frans : ”Il me manque quelque chose”. In het Nederlands: ”Er ontbreekt mij iets”. Zo wordt onze aandacht weer getrokken op wat is maar even uit het zicht was of is. We richten onze aandacht erop en zo komt het weer in het zicht.

Als iets in het zicht is, kunnen we het probleemloos elk moment loslaten, want we weten dat het er is en dat we het elk moment kunnen oproepen. Zich herinneren is een manier om wat waardevol is een plek in ons leven te geven. Het voedt ons, het sterkt ons, het zet ons aan tot. Het is zelfherinnering.

Wat de ander wezenlijk met ons gedeeld heeft, wordt ook deel van ons wezenen werkt vruchtbaar door.

Ik citeer hieronder de tekst, een fragment uit Kapitein Corelli’s mandoline uit het boek van Louis de Bernières.

griekenland

Als geliefde mensen sterven, moet je namens hen voortleven.
De dingen zien als door hun ogen. Je herinneren hoe zij altijd bepaalde dingen zeiden
en die woorden ook zelf gebruiken.
Wees dankbaar dat jij dingen kunt doen die zij niet kunnen en voel ook hoe treurig dat is.
Zo heb ik verder geleefd zonder Pelagia’s moeder.
Ik heb geen belangstelling voor bloemen, maar om haar ben ik bereid te kijken
naar een zonneroosje of een lelie. Terwille van haar eet ik aubergines omdat zij daar dol op was.

(De vader van Pelagia, het meisje waar kapitein Corelli verliefd op wordt vertelt dit)

 

In dit verband moet ik ook denken aan een fragment uit de film Beat the Drum. Een kleine jongen zit bij het graf ven zijn overleden moeder. Plots roept zijn oma hem en ze zegt:
”Je kan beter de dingen doen, die je moeder deed dan bij haar graf blijven zitten”.
Zo haalt ze hem uit zijn getob weer in het leven. Door te doen wat zijn moeder deed, in dit geval, de dieren verzorgen, leeft zij verder in hem. Hij blijft niet zitten met een beeld dat stilgevallen is. Door die dingen te doen neemt hij van haar kracht tot zich. Zo leren kinderen dat in Afrika van jongsafaan te doen. Het is in het leven ingeweven .

 

Modest heeft ooit eens een reis naar Congo gemaakt. Hij had daar een aparte ervaring, waar hij graag over vertelde.
In een van de dorpen die ze bezochten woonde een man die ook Modest heette. De man was heel blij dat hij het bezoek kreeg van een gast die zijn naamgenoot was. Het bezoek aan de hut van de man verliep dan ook als een ritueel.
Zijn geluk kon niet op. Modest liet hem breed en lang over zijn leven vertellen. Hierdoor voelde de man zich gezien en geacht. Hij vertrouwde Modest ook toe dat het een groot geschenk is om een naamgenoot te mogen ontvangen.
Bij het einde van het bezoek gaf de man de enige stoel, die hij bezat en die hij zelf gemaakt had aan Modest.
Modest was hierdoor zeer geraakt maar voelde dat hij dit niet mocht weigeren. De man, die zich vereerd voelde dat zijn geschenk met zoveel dankbaarheid in ontvangst genomen werd, nam afscheid met deze woorden:
“We zullen elkaar nooit meer zien. Maar iedere keer dat je gebruik maakt van deze stoel zal je je dit moment herinneren.”

Zeer waardevolle momenten zijn dat. Ze leren ons met de ander in de geest communiceren.

Al schrijvend moet ik de hele tijd aan het lied van Kapitein Corelli denken, dat hij voor Pelagia op zijn mandoline speelt. Ik geef hieronder de tekst.

I still remember crying from the depths of my heart for you
I still call for you in my dreams
your face among images
stolen from the world, just for you
For you I will be a river
of white snow melting
under the brightness of your eyes in spring
Look at me once more.

In het diepst van mijn hart draag ik de herinneringvan mijn verdriet om jou
temidden van alle beelden in mijn dromen zoek ik het aan de wereld ontrukte gezicht van jou
kijk me nog eens aan zodat de helderheid van jouw blik de sneeuw doe
t smelten tot een rivier, zo wil ik voor je zijn
kijk me nog eens aan

 

We verwijzen hier naar een prachtige vertolking van het lied:
Pelagia's song (opname op Youtube)
door Russel Watson

russellwatsonpb

Ricordo ancor
in fondo al cuor
il lacrimar per te
t'invoco ancor in sogno con me
iltuo volto tra i mieli sguardi
rubati al mondo sol' per te
lo saro per te un flume
di neve bianca che si sciogliera
alsloe dei tuoi occhi di primavera
Guardami ancora

tuinm1
tuinm2
tuinm3
tuinm4
item7
archiefplaatje

archief

tuinm5
tuinm6